Vervolg na PRISMA

Vervolg na Prisma

Na de PRISMA cursus vindt er individuele vervolgbegeleiding plaats bij een of meerdere disciplines afhankelijk van de samenstelling van het team en van de zorgvraag van de deelnemer. Dit kan zijn een arts, (praktijk)verpleegkundige, praktijkondersteuner, diëtist, maatschappelijk werk, medisch psycholoog, en een fysiotherapeut. Naast de individuele vervolgbegeleiding kan de deelnemer tevens doorstromen naar een GLI of een andere leefstijl gerelateerde interventie zoals een Stoppen met roken interventie. De individuele vervolgconsulten dienen bij voorkeur aan te sluiten bij de methodiek die in PRISMA is toegepast. Dit hoofdstuk beschrijft een mogelijke opbouw van het eerste vervolgconsult.

  1. wanneer er een actieplan is
  2. wanneer er geen actieplan is maar de deelnemer wel graag wil veranderen
  3. wanneer er geen actieplan en de deelnemer hier ook geen behoefte aan heeft.

 

Het doel van het vervolgconsult is om met de deelnemer vooral te kijken naar wat PRISMA heeft opgeleverd en niet wat er niet is gelukt. Vervolgens wordt het actieplan besproken waarbij de aandacht gericht is op het zoeken naar oplossingen, wie/wat de persoon kan helpen bij het vinden van oplossingen en het uitvoeren van het actieplan.

IK ZOU GRAAG IN DIT CONSULT TERUG KIJKEN NAAR PRISMA EN NAAR UW ACTIEPLAN. DAARNAAST IS ER OOK RUIMTE VOOR VRAGEN DIE U HEEFT. IS DIT AKKOORD?

U BENT NAAR PRISMA GEWEEST. ZIJN ER DINGEN DIE U ANDERS BENT GAAN DOEN SINDS PRISMA?

Vraag hierbij naar gedrag. Complimenteer datgene wat gelukt is. Besteedt niet uitgebreid aandacht aan dat wat niet gelukt is.

  1. DEELNEMER HEEFT EEN ACTIEPLAN GEMAAKT

HEEFT U EEN ACTIEPLAN GEMAAKT? HEEFT U HET ACTIEPLAN MEEGENOMEN? Indien het actieplan meegenomen is, bespreek het plan met het papier erbij. Indien het actieplan niet is meegenomen, bespreek dan toch de inhoud van het plan. Laat deelnemer eventueel dit plan ter plekke opnieuw invullen.

WAT KUNT U VERTELLEN OVER UW ACTIEPLAN? Nodig de deelnemer uit om zelf zijn actieplan toe te lichten.

ALS U EEN CIJFER ZOU MOETEN GEVEN TUSSEN 0 EN 10, WAARBIJ 0 STAAT VOOR: IK BEN NOG HELEMAAL NIET AAN MIJN PLAN TOEGEKOMEN, EN 10 STAAT VOOR: MIJN PLAN LUKT HELEMAAL. WELK CIJFER ZOU U UZELF DAN GEVEN?

Stel u zou uzelf een punt hoger geven, hoe ziet dat er dan uit (in termen van gedrag)?

Wat is er voor nodig om dat te bereiken? Heeft u daar hulp bij nodig, wie zou u daar bij kunnen helpen?

WELKE BELEMMERINGEN ZOUDEN ER KUNNEN ZIJN?

WAT GAAT U DAARAAN DOEN?

WAT DOET U NA DIT GESPREK ANDERS?

IN HOEVERRE HEBT U IN DIT GESPREK KUNNEN BESPREKEN WAT U HAD WILLEN BESPREKEN?

ZIJN ER NOG ANDERE VRAGEN?

  1. DEELNEMER HEEFT GEEN ACTIEPLAN GEMAAKT EN WIL WEL VERANDEREN

ZULLEN WE UW GEZONDHEIDSPROFIEL NOG EENS GAAN BEKIJKEN?

WAT WILT U ZO HOUDEN ZOALS HET NU IS? BIJVOORBEELD OMDAT HET GOED GAAT, OF OMDAT U VINDT DAT HET VOOR U GOED GENOEG GAAT, OF BIJVOORBEELD OMDAT HET NU NIET HAALBAAR IS?

WAARVAN VINDT U DAT HET NU TIJD IS OM IETS TE GAAN VERANDEREN?

HOE IS DAT EEN PROBLEEM VOOR U? WAAR WILT U NAAR TOE?

WAT LEVERT HET U OP?

IK WIL U VRAGEN OM UW GEZONDHEIDS- PROFIEL TE BEKIJKEN EN ÉÉN RISICOFACTOR UIT TE KIEZEN DIE U WILT BEÏNVLOEDEN TEN GUNSTE VAN UW GEZONDHEID. Omcirkel op uw actieplan de risicofactor waarop u zich wilt richten. Noteer op welke organen/lichaamsdelen het effect heeft.

Vervolgens wil ik u vragen om op uw actieplan te noteren welke inspanningen kunnen helpen om dit risico te beïnvloeden.

De volgende stap is om een van deze inspanningen uit te kiezen welke u kunnen helpen uw gezondheid te verbeteren.

Ik wil u nu vragen om de ‘inspanning’ die u heeft gekozen om te zetten in een actieplan. Daarin staat precies wat u moet doen om uw doel te bereiken wanneer u na deze cursus de deur uitgaat. Wat is de eerste stap die u moet nemen om te bereiken wat u wilt? Dit houdt in dat u precies moet weten wat u gaat doen, wanneer u dat gaat doen, en hoe vaak u dat gaat doen, wat/wie heeft u nodig?

Uw plan kan heel eenvoudig zijn, bijvoorbeeld een afspraak bij de huisarts maken omdat u zich al een tijdje somber voelt, elke dag uw medicijnen nemen voor uw cholesterol, drie keer in de week fruit bij uw lunch te eten of twee keer in de week de trap te nemen in plaats van de lift. Wanneer u heeft besloten wat u gaat doen, schrijft u dat onder het kopje Mijn plan: ‘HOE GA IK DEZE RISICOFACTOR VERBETEREN’.

Als de deelnemer het moeilijk vindt om een actieplan op te stellen: geef een voorbeeld hoe een (SMART) actieplan er uit kan zien. Waak er voor dat u niet een actieplan voor de deelnemer invult. Onthoud dat het actieplan SMART moet zijn: Specifiek, Meetbaar, Aanwijsbaar, Realistisch en Tijdsgebonden.

Wat/wie heeft u nodig om te starten?

WAT ZOU U MOETEN DOEN OM DIT PLAN UIT TE VOEREN? WAT ZOU U KUNNEN WEERHOUDEN, EN WAT KUNT U DAAR AAN DOEN? Als u zich bijvoorbeeld voorneemt om drie keer per week fruit te eten bij de lunch, wat zouden belemmeringen kunnen zijn om daadwerkelijk over te gaan tot deze actie? Schrijf dit onder het kopje: Wat zijn voor mij (mogelijke) hindernissen? Om ervoor te zorgen dat het ook gaat lukken zult u zich bijvoorbeeld af moeten vragen: wie koopt het fruit, wie maakt uw lunch klaar, verkoopt het bedrijfsrestaurant fruit, etc. Wat moet er gebeuren om het plan te doen slagen? Als u hierover nagedacht heeft, besluit u wat u als eerste moet doen. Dit schrijft u op onder het kopje ‘Wat ga ik aan deze hindernissen doen’.

WANNEER U NAAR UW PLAN KIJKT, HOEVEEL VERTROUWEN HEEFT U ER DAN IN DAT U HET OOK DAADWERKELIJK GAAT UITVOEREN? GEEF DIT AAN OP EEN SCHAAL VAN 0-10, WAARBIJ 0 STAAT

VOOR ‘DAT WEET IK HELEMAAL NIET ZEKER OF DAT GAAT LUKKEN IN DE KOMENDE 3 MAANDEN’, EN 10 STAAT VOOR ‘IK WEET HEEL ZEKER DAT IK DIT BINNEN DRIE MAANDEN VOOR ELKAAR KRIJG’. NOTEER DIT OOK OP UW ACTIEPLAN.

ALS U ZICHZELF MINDER DAN EEN 7 HEEFT GEGEVEN, WIL IK U VRAGEN NOG EENS NA TE DENKEN OVER UW ACTIEPLAN EN NA

TE GAAN HOE U HET ZO KUNT VERANDE- REN DAT HET TENMINSTE EEN 7 WORDT. DAARNA SCHRIJFT U UW NIEUWE PLAN OP.

  1. DEELNEMER HEEFT GEEN ACTIEPLAN GEMAAKT EN WIL NOG NIET VERANDEREN

U GEEFT AAN DAT U NU NIET VERDER WIL VERANDEREN, DAT U TEVREDEN BENT HOE HET NU GAAT. IK ZIE DAT UW GEZOND- HEIDSPROFIEL OP PUNT….. IN HET ROOD OF ORANJE IS.

Mag ik u vragen wat de reden is dat u niet kiest om daar nu mee aan de slag te gaan?

Indien er sprake is van een kennistekort over de gevolgen van de risicofactor:

VINDT U HET GOED DAT IK U DAAR IETS MEER OVER VERTEL?

Indien er sprake is van een tekort aan vertrouwen om er zelf iets aan te kunnen doen:

WAT HEEFT U TOT NU TOE GEPROBEERD OM ER ZELF IETS AAN TE DOEN? HOE GING DAT, WAT GING GOED? HOE KUNT U GEBRUIK MAKEN VAN EERDER BEHAALDE SUCCESSEN?

Het kan zijn dat u er op dit moment niet echt aan toe bent om iets te veranderen. Ik wil u vragen daar de komende tijd nog eens over na te denken. Mogelijk zijn er in de komende periode momenten waarop u dingen anders doet ten gunste van uw gezondheid.

VINDT U HET GOED DAT IK DAAR DE VOLGENDE KEER NAAR VRAAG?