Mijn eigen verhaal

Duur van dit onderdeel: Dit onderdeel neemt 45 minuten in beslag.

Doel van dit onderdeel

Het eigen verhaal van de deelnemer is leidend in de gehele prisma cursus. Door te beginnen met het uitvragen van de reden van komst, kennis, ideeën, veronderstellingen, gedrag, zorgen en brandende vragen krijgen de trainers een goede indruk van hoe de deelnemer omgaat met en denkt over zijn/ haar ziekte. alles wat relevant is, wordt opgeschreven op de flap-over door de trainer. Mensen blijken een diversiteit aan opvattingen te hebben over ziekte en gezondheid die bepalend zijn voor de manier waarop ze ermee omgaan. Deze opvattingen staan lang niet altijd gelijk aan de medische opvattingen (self- regulation theory). Het gaat bij dit onderdeel om een inventarisatie, het hoeft niet feitelijk juist te zijn wat er wordt gezegd. Later in de cursus kunnen deze misvattingen/ideeën worden omgebogen naar correcte informatie.

 

 Leerdoelen deelnemers

  1. De deelnemer kan zijn/haar motivatie benoemen om deel te nemen aan de cursus.
  2. De deelnemer benoemt zijn/haar eigen symptomen bij ontdekken van de diabetes, behandeling, mogelijke oorzaken en gevolgen op langere termijn en of er zorgen zijn over het hebben van diabetes.
  3. De deelnemer definieert de vragen die er spelen en waar hij/zij een antwoord op wilt aan het einde van de cursus.
  4. De deelnemer ervaart respect voor zijn/haar eigen verhaal, wat zal leiden tot een zo actief mogelijke bijdrage gedurende de rest van de cursus.
  5. De deelnemer ervaart dat er verschillende ervaringen en denkbeelden bestaan binnen de groep. Dit uit zich in een geïnteresseerde houding in elkaar (laten uitspreken, actief luisteren, naar persoon kijken), het herkennen

 

Rol van de trainer

De trainer stelt deelnemers in staat over hun ervaringen met diabetes te vertellen. De houding van de trainer is geïnteresseerd, open, empathisch en niet oordelend. De trainer zorgt ervoor dat iedereen dezelfde tijd en aandacht krijgt. De trainer schrijft letterlijk op wat de deelnemer zegt. als de deelnemer een moeilijk woord gebruikt, vraagt de trainer eerst aan de andere deelnemers of ze weten wat er met dit woord wordt bedoeld. als dit voor iedereen duidelijk is, kan dit vervolgens wel op de flap-over worden geschreven. De trainer zorgt dat iedereen de kans krijgt zijn vragen te stellen en zorgen te uiten. De trainer helpt om heldere brandende vragen te formuleren. Het uitvragen van zorgen en brandende vragen, zorgt ervoor dat de deelnemers vervolgens de cursus rustiger ondergaan. Ook geeft het de gelegenheid om vragen die later in de cursus worden gesteld, maar niet passen bij het onderwerp dat op dat moment wordt besproken te parkeren. De vraag kan worden toegevoegd aan de lijst met brandende vragen. Door iedereen aan bod te laten komen en ze het woord te laten nemen, is er meer interactie in de rest van de cursus.

 

Inhoud van dit onderdeel

  • Namen, diabetesduur
  • Klachten/symptomen bij diagnose
  • Mogelijk oorzaken / de eigen behandeling
  • Gevolgen op langere termijn / zorgen m.b.t. het hebben van diabetes
  • Brandende vragen

 

Voorbereiding

Zorg dat de vijf flapovers die je wilt gaan gebruiken voor het eigen verhaal al klaar hangen met de titel erboven. Hang ze naast elkaar op een muur die iedereen goed kan zien

 

 

Draaiboek

Vertel het volgende: dit onderdeel duurt ongeveer 45 minuten. Het is een uitgebreidere kennismaking waar we gedurende de cursus op terugkomen. De bedoeling is dat iedereen aan de beurt komt. We hebben zo’n vier minuten per persoon. Begin bij iemand uiterst links of rechts in de groep, bij voorkeur diegene die het meest op zijn/haar gemak lijkt.

 

  1. Wat is uw naam en hoe wilt u aangesproken worden? Hoe lang denkt u of weet u dat u diabetes heeft? Noteer aan de linkerkant van de flap-over de namen en erachter de diabetesduur.
  2. Welke klachten had u toen de diabetes ontdekt werd?Schrijf alles op wat wordt gezegd, ook als dit niet klopt. juist zo kan je als trainer er later op terugkomen als het gaat over klachten en symptomen. Dan kan je samen ontdekken dat wat is opgeschreven mogelijk niet allemaal aan de diabetes te wijten valt.
  3. Waardoor denkt u dat de diabetes bij u werd veroorzaakt?Dit is een lastige vraag. als er een antwoord komt is het mooi, zo niet doorgaan met de volgende vraag.
  4. Hoe wordt de diabetes bij u behandeld, of welke behandelingen van diabetes kent U?Vraag specifiek naar de behandeling van diabetes en schrijft niet de medicatie voor bloeddruk en cholesterol erbij, dit zorgt ervoor dat iedereen ook deze medicijnen gaat noemen en dit kost veel tijd. Vraag wel door of er ook andere manieren zijn buiten medicijnen om de diabetes te behandelen. Het zou heel mooi zijn als afvallen, bewegen en letten op voeding al genoemd worden.
  5. Kent u de gevolgen van diabetes op langere termijn?Ook dit is een moeilijke vraag. Kijk of er kennis aanwezig is.
  6. Welke zorgen spelen er op dit moment in verband met uw diabetes?Vraag specifiek naar zorgen over het hebben van diabetes. Lang niet iedereen zal zorgen hebben of ze benoemen. Deze vraag zorgt voor een open sfeer en het besef bij de deelnemers dat er zorgen mogen zijn en dat heel normaal is. Ga vervolgens door naar de volgende flap met brandende vragen.
  7. Wat is voor u het belangrijkste dat u van deze cursus wilt opsteken? Op welke vraag wilt u in deze cursus beslist antwoord krijgen? – Noteer de vragen kort, concreet en bondig en zodat deze beantwoord kan worden. Vraag bevestiging of je de vraag goed hebt begrepen en hem zo op kan schrijven. Vraag zo nodig hulp aan de deelnemer om er een goede vraag van te maken. Vertel dat de bedoeling is dat deze vragen aan het eind van de cursus zijn beantwoord. zet de initialen/namen van de betreffende deelnemer achter de vraag. Wanneer de antwoorden van de eerste deelnemer zijn opgeschreven, ga dan naar de volgende en herhaal dezelfde vragen. schrijf namen van partners en familieleden ook op eerste flap-over en vraag of hij/zij een brandende vraag heeft als aanvulling.
  8. Wanneer een deelnemer niets meer kan bedenken, bedank hem/haar dan voor zijn/ haar bijdrage.

 

Herhaal dit voor iedere deelnemer. Als een antwoord al eerder gegeven is, noteer dan een kruisje/streepje achter het antwoord op de flap-over. Schrijf wel voor elke deelnemer letterlijk op wat voor hem/haar de belangrijkste vraag is. Aan het eind van de cursus komt u hier op terug, elke deelnemer herkent dan zijn/ haar eigen vraag.