Koolhydraten

Koolhydraten

Dit onderdeel duurt 40 minuten

DOEL VAN DIT ONDERDEEL

In dit onderdeel wordt besproken welke soorten koolhydraten er zijn en wat de invloed van de koolhydraten op de bloedglucose is. Dit is een praktisch onderdeel waarin de deelnemers zelf leren te achterhalen hoeveel koolhydraten bepaalde producten bevatten, hiervoor wordt een spel gebruikt. Vervolgens leert de deelnemer zelf keuzes te maken over de hoeveelheid koolhydraten en welke productkeuze past binnen de eigen omgang met voeding en diabetes. De deelnemer leert zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het verhogen en verlagen van de bloedglucose middels voeding.

Leerdoelen deelnemers

  1. De deelnemer kan benoemen welke producten veel koolhydraten bevatten en om welk soort koolhydraat het gaat: zetmeel, melksuiker/ lactose, fruitsuiker/fructose of toegevoegd suiker.
  2. De deelnemer kan de relatie leggen tussen het eten van koolhydraten en het stijgen van de bloedglucose.
  3. De deelnemer kan beoordelen welke koolhydraten nuttig zijn voor het lichaam en niet kunnen worden gemist.
  4. De deelnemer kan de producten benoemen waar geen/weinig koolhydraten in zitten.
  5. De deelnemer is in staat om op basis van de verpakking te beoordelen hoeveel gram koolhydraten een bepaald product bevat per 100 gram of per verstrekking eenheid.
  6. De deelnemer is in staat om in de eettabel op te zoeken hoeveel gram koolhydraten een bepaald product bevat.
  7. De deelnemer kan inschatten welke hoeveelheid koolhydraten normaal is voor een maaltijd en voor een tussendoortje.
  8. De deelnemer kan concluderen op welke koolhydraten kan worden bespaard.
  9. De deelnemer kan beoordelen of koolhydraten snel of langzaam worden opgenomen en uitleggen wat het effect hiervan is op de bloedglucosewaarden.
  10. De deelnemer is bereid om te letten op de hoeveelheid en soort koolhydraten in zijn/haar voedingspatroon.
  11. De deelnemer is bereid zo nodig de koolhydraten meer te verspreiden over de dag. De deelnemer kan uitleggen wat bedoeld wordt met ‘light of geen suiker toegevoegd’ als dat op de verpakking staat vermeld.
  12. De deelnemer kan de voor- en nadelen van een (streng) koolhydraatbeperkt dieet benoemen.

 

ROL VAN DE TRAINER

Door het geven van gedoseerde informatie, maar vooral door het stellen van vragen, activeert de trainer de deelnemers om de aangeboden informatie te verwerken. Informatie die op deze wijze wordt verkregen, blijkt beter te worden onthouden en beter bestand tegen de invloed van tegenstrijdige informatie.

Tijdens dit onderdeel stimuleert de trainer de deelnemers om zelf na te denken over de ziekte en een link te leggen met het eigen eetpatroon. Het gaat over hen zelf en hun eigen keuzes. De trainer zorgt ervoor dat hij/zij tijdens de bijeenkomst zo min mogelijk zelf aan het woord is. Hij/zij geeft de deelnemers zoveel mogelijk gelegenheid om zelf dingen te ontdekken. De trainer geeft geen oordeel over de antwoorden van de deelnemers. De trainer heeft een open, geïnteresseerde, empathische houding en zorg voor een veilige sfeer in de groep. De trainer verdeelt zijn/haar aandacht over de deelnemers.

INHOUD

Dit onderdeel gaat over het koolhydraten, waar ze in zitten, in welke hoeveelheden, welke nodig zijn voor het lichaam en welke niet, het verschil in opnamesnelheid, de invloed op de bloedglucose, de eigen mogelijkheid om te letten op koolhydraten in hoeveelheden, soort en eetmoment om de bloedglucose te reguleren.

VOORBEREIDING

Voor het koolhydraatspel zijn dummies nodig (zie voor een lijst van voedingsmiddelen later in dit hoofdstuk). Het gaat om lege verpakkingen maar ook om dummies van bijvoorbeeld fruit, groenten of brood. Deze dummies zijn te verkrijgen via internet en speelgoedwinkels. Zorg dat er genoeg suikerklontjes zijn (witte lego-blokjes lenen zich goed omdat ze niet vies worden of afbrokkelen). Zorg ook dat er een eettabel van het Voedingscentrum aanwezig is, zodat voedingsmiddelen zonder verpakkingen kunnen worden nagezocht. Zorg dat er voldoende flapovers en stiften zijn. Zorg voor tape, plakkers of magneten om de flapovers in de ruimte op te kunnen hangen.

Draaiboek

Welke voedingsmiddelen kent u die bestaan uit koolhydraten?

Denk vooral ook aan de dingen die uzelf eet.

Noteer de antwoorden op een flap-over ‘koolhydraten’ en maak al een onderverdeling in zetmeel, fruit, melkproducten, suiker en weinig koolhydraten. Gebruik daarbij de woorden die door de groep genoemd worden. bespreek als alle belangrijke voedingsmiddelen zijn genoemd de verschillende groepen en zet de namen erbij.

 

Zetmeel

aardappelen rijst / pasta brood

bonen

 

 

Suiker bevattende producten

frisdrank

koek

snoep

gebak

 

Weinig/geen koolhydraten

Groenten

Vis

Vlees

Kip

Ei

Kaas

Olie

boter

 

 

Fruitsuikers

al het fruit

vruchtensap

 

 

Melkproducten

(karne)melk

yoghurt

vla

Wat is nou precies het verschil tussen koolhydraten en calorieën? Koolhydraten bestaan uit glucose moleculen. ze leveren dus energie voor het lichaam en hebben invloed op de bloedglucose. als je te veel koolhydraten eet, hebben ze ook invloed op het gewicht.

Calorieën is de maat die aangeeft hoeveel energie er in een voedingsmiddel zit. Deze energie komt niet alleen uit koolhydraten maar ook uit vetten, en mindere mate ook eiwitten en alcohol. Calorieën hebben dus invloed op het gewicht.

Welk effect hebben koolhydraten op de bloedglucosewaarden?

Ze verhogen de bloedglucosewaarden.

Wat gebeurt er wanneer u minder koolhydraten eet?

Geef uitleg: koolhydraten verhogen weliswaar de bloedglucose, maar zijn ook heel gezond. De meeste voedingsmiddelen die genoemd zijn, kunnen we niet missen, ze bevatten waardevolle voedingsstoffen en leveren energie.

Welke koolhydraten kunnen we wel missen?

Vooral suiker en op aardappelen en brood kan mogelijk ook worden bezuinigd.

Wat zijn de voor- en nadelen van een streng koolhydraatbeperkt dieet?

Bespreek dat er nu een trend is om sterk koolhydraat beperkt te eten. Dit heeft vaak een enorm effect op de bloedglucosewaarden. Bij mensen die insuline gebruiken kan dit ervoor zorgen dat ze veel minder insuline nodig hebben. Bespreek ook dat het vaak moeilijk is om vol te houden en dat er op langere termijn tekorten kunnen ontstaan.

Denkt u dat het voor de bloedglucosewaarde uitmaakt welk soort koolhydraten u eet?

Benadruk dat voedingsmiddelen die alléén uit koolhydraten bestaan en vloeibare voedings- middelen, een snellere stijging van de bloedglucose tot gevolg hebben.

 

In welke speciale situatie kan dit juist nuttig zijn?

Bij een hypo. Dan is het juist nodig dat de bloedglucose snel weer stijgt.

Hoe komt u erachter, welk effect de verschillende dingen die u eet, hebben op uw bloedglucose?

Bespreek hoe zelfcontrole van de bloedglucose en het experimenteren met verschillende voedingsmiddelen, nuttig kan zijn om na te gaan wat de invloed van voeding op de bloedglucose is.

 

Het ‘koolhydraten-spel’

Zet de verschillende voedingsmiddelen neer.

Leg uit dat het de bedoeling is dat de groep met behulp van suikerklontjes (witte lego- blokjes) aangeeft hoeveel koolhydraten de verschillende voedingsmiddelen per portie bevatten.

Vraag de deelnemers om naast ieder voedingsmiddelen de, naar hun mening, juiste hoeveelheid suiker- klontjes neer te leggen, afgerond op hele klontjes (1 suikerklontje = 5 gram koolhydraten). Leg uit dat ze de informatie kunnen vinden op de verpakking of in de Eettabel.

nb: Van de voedingsmiddelen zijn, voor zover mogelijk, verpakkingen aanwezig waarbij de hoeveelheid koolhydraten op het etiket vermeld is. Daarnaast is een Eettabel aanwezig.

Nabespreking

Bespreek daarna met de groep de verschillende productgroepen. bespreek in ieder geval de volgende onderwerpen:

De warme maaltijd, het verschil tussen aardappels, rijst en pasta.

Een boterham in verhouding tot biscuit, koek, ontbijtkoek, andere broodvervangers. Fruit en vruchtensap.

Melkdranken, gewone melk versus drinkyoghurt met of zonder toegevoegd suiker

Dranken, light frisdrank, gewone frisdrank, light vruchtensap, vruchtensap zonder toegevoegd suiker. Welke voedingsmiddelen en dranken veel koolhydraten bevatten en wat koolhydraatarme alternatieven zijn.

Hoeveel er van bepaalde voedingsmiddelen/dranken wordt gebruikt/genomen Hoe vaak bepaalde voedingsmiddelen/dranken worden gebruikt.

Voorbeeld koolhydraat spel

 

product

eenheid

koolhydraten

(totaal in gram)

suikerklontjes

(5 gram/blokje)

cola

1 flesje van 500 ml

50

10

cola light

1 flesje van 500 ml

0

0

 

 

 

 

ice tea

1 blikje van 333 ml

29

6

crystal Clear

1 groot glas

0

0

sinaasappelsap

1 glas van 200 ml

18

4

coolbest light

1 glas van 200 ml

14

3

 

 

 

 

halfvolle melk

1 beker van 250 ml

12

2

vitamel drink (met suiker)

1 beker van 250 ml

30

6

optimel drink (zonder suiker)

1 beker van 250 ml

11

2

 

 

 

 

banaan

100 gram

20

4

sinaasappel

120 gram

13

3

druiven

40 stuks

60

12

 

 

 

 

sultana

pakje van 3 stuks

33

7

broodje

50 gram

23

5

snee brood

35 gram

16

3

1 portie aardappelen

150 gram gekookt

3 stuks

24

5

1 portie pasta

150 gram gekookt

3 opscheplepels

30

6

1 portie rijst

150 gram gekookt

3 opscheplepels

50

10

 

Maak de invloed van koolhydraten op de bloedglucose duidelijk in de vorm van een grafiek.

Bij mensen die geen diabetes hebben, is de situatie als volgt.

Teken de onderste lijn. Leg uit dat de verticale as staat voor de hoogte van de bloedglucose en de horizontale as 1 dag voorstelt met 3 hoofdmaaltijden en 3 tussendoortjes.

Wat is er anders bij mensen met diabetes als je op deze manier de bloedglucose tekent?

De curve is hoger en de stijging na het eten van koolhydraten is groter.

Wat gebeurt er als je meet na de maaltijd?

Na de maaltijd stijgen de waarden verder door. Er zitten meer (en sterkere) pieken in de bloedglucose na het eten bij diabetes. Over de hele linie zijn de bloedglucosewaardes ook hoger, ook nuchter of net voor de maaltijd.

Is bij u de bloedglucose door de dokter nuchter gemeten? Vaak wordt de diagnose gesteld op basis van een verhoogde nuchtere bloedglucosewaarde.

Nu kun je de andere diabetesgrafiek tekenen.

Wat kun je doen om die sterke pieken eruit te krijgen?

Minder grote maaltijden. Minder snelle koolhydraten. Verdelen van de koolhydraten over de dag.

 

Geef een samenvatting van de bevindingen in het koolhydratenspel, gebruik hierbij de flap- over ‘koolhydraten’.

Voedingsmiddelen en maaltijden die veel koolhydraten bevatten, zorgen voor een grote stijging van de bloedglucose.

Geef aan welke voedingsmiddelen relatief veel koolhydraten bevatten en wat alternatieven met minder koolhydraten zijn.

Etiketten en de voedingswaardetabel kunnen een hulpmiddel zijn om de hoeveelheid koolhydraten van een voedingsmiddel te bepalen. Door middel van zelfcontrole van de bloedglucose kan worden nagegaan wat de invloed van verschillende soorten en hoeveelheden koolhydraten is op de bloedglucose.

Wat zou kunnen helpen om de grafiek in zijn geheel naar beneden te helpen?

Insulineresistentie verminderen. Dit kan door de middelomvang te verlagen en af te vallen. Herinner deelnemers nog eens aan de invloed van overgewicht rond het middel op insulineresistentie, het roestig worden van de sloten. De grafiek wordt daardoor in zijn geheel te hoog. De onderliggende insulineresistentie is dus vaak het werkelijke probleem, het is misleidend om alleen te focussen op koolhydraten.