Handknijpkrachtmeting

Benodigdheden

  • Hand Dynamometer
  • Stoel zonder armleuningen
  • Dataformulier, digitaal of papier (zie bijlage 1 voor voorbeeld)

 

Voorbereiding

Informeer de deelnemer mondeling over de meting: “Ik ga bij u de handknijpkracht meten. U mag gaan zitten, houdt uw onderarm in een hoek van 90°, klem de arm niet tegen de romp Uw schouders ontspant u. Wanneer ik zeg “knijpen”, knijpt u zo hard als mogelijk totdat ik stop zeg. U kunt de meter niet helemaal indrukken, maar ik kan de kracht die u geeft aflezen. Wanneer u pijn voelt of er is iets anders, dan geeft u dit aan en stoppen we de meting. We herhalen de meting drie keer (of indien van toepassing twee keer), tussen de metingen door stoppen we even om uw spieren te kunnen ontspannen.”

  • Doe de meting een keer voor. Laat de deelnemer zien dat de meter gaat draaien als je kracht zet (bij analoog).
  • Vraag de deelnemer wat zijn/haar dominante hand is.
  • Vraag de deelnemer naar eventuele beperkingen in de handfunctie
  • Vraag of er nog vragen zijn t.a.v. de meting.

Werkwijze

  • Laat de deelnemer ontspannen rechtop zitten.
     NB: In principe is de standaardmethode zittend en niet ondersteund. Als dat niet lukt in de klinische situatie, dan zou je liggend of staand kunnen meten, maar meet dan elke keer op dezelfde manier + noteer als de meting afwijkend is gedaan t.o.v. het protocol.
  • Vraag de deelnemer zijn/haar onderarmen in een hoek van 90° te houden. Daarbij moet de pols in neutrale positie zijn, d.w.z. met de duimzijde aan de bovenkant.
  • Laat zien hoe de handknijpkrachtmeter werkt door te laten zien dat stevig vasthouden en knijpen resulteert in de beste uitslag.
  • Zet bij een analoge handknijpkrachtmeter de naald op 0. Stel de handgreep van de handknijpkrachtmeter in zodat hij prettig in de hand ligt. Het middelste kootje van de middelvinger moet precies in een hoek van 90° om de handgreep heen grijpen. Laat de cliënt de handknijpkrachtmeter uit proberen door even licht met de Standard Operating Procedure Handknijpkracht linkerhand en rechterhand te knijpen. Noteer op het testformulier welke positie ingesteld is. Dit is belangrijk wanneer op een later moment de handknijpkracht ter evaluatie nogmaals gemeten wordt. De positie van de handgreep kan namelijk de meting beïnvloeden.
  • Zet vervolgens de “peak-hold” wijzer van de handknijpkrachtmeter op nul.
  • Begin met de dominante hand.
  • Moedig de deelnemer aan zo hard mogelijk te knijpen totdat de “peak-hold”-wijzer stopt met stijgen. Wanneer dat het geval is, stop dan de meting door “stop” te zeggen.
  • Lees vervolgens de maximale handknijpkracht-waarde af en noteer dit (afronden op 1 kg).
  • Houd tussen elke meting 30 seconde rust
  • Geadviseerd wordt om bij de 1e meting beide handen te meten, zodat er bij uitval (door bijvoorbeeld infuus of fractuur) altijd 1 hand beschikbaar blijft. Bij de 2e en volgende metingen kan desgewenst gekozen worden om alleen de sterkste hand te vervolgen.
  • Voer minimaal twee maar bij voorkeur drie metingen per hand uit. Het afnemen van de test duurt ongeveer 5 minuten.

Verwerking van de resultaten

De hoogste waarde van de handknijpkrachtmetingen wordt gebruikt voor analyse (1).

Registratie

Noteer alle individuele uitslagen per hand en noteer de maximale handknijpkracht van deze metingen.

Noteer ook de positie van de handgreep en wat de dominante hand is van de deelnemer.

 Beoordeling

De uitslag (de hoogste waarde) kan vergeleken worden met de referentiewaarden van Dodds et al. (2) voor mannen (bijlage 3. Zie link nutritional assesment) en vrouwen (bijlage 4. Zie link nutritional assesment). Deze referentiewaarden zijn verzameld bij een zeer grote groep in Engeland. Een waarde onder het 10e percentiel wordt beschouwd als een lage handknijpkracht, omdat deze waardes vergelijkbaar zijn met de P5 van Nederlandse referentiewaarden verzameld door het MUMC.

Bij deelnemers met een specifieke aandoening, bijv. CVA, reuma, of andere aandoeningen waarbij krachtverlies is opgetreden in één of beide handen, is te verwachten dat de maximale knijpkracht aan de aangedane kant lager is. Zie bijv. Yorke et al. (3). De niet aangedane kant zal dan de hoogste waarde geven, dus men kan overwegen de aangedane kant niet te meten.

Normaalwaarden van Dodds (2)

Literatuur

  1.  Roberts HC, Denison HJ, Martin HJ, Patel HP, Syddall H, Cooper C, Sayer AA (2011) A review of the measurement of grip strength in clinical and epidemiological studies: towards a standardised approach. Age Ageing 40:423–429. doi: 10.1093/ageing/afr051
  2. Dodds RM, Syddall HE, Cooper R, Benzeval M, Deary IJ, Dennison EM, Der G, Gale CR, Inskip HM, Jagger C, Kirkwood TB, Lawlor DA, Robinson SM, Starr JM, Steptoe A, Tilling K, Kuh D, Cooper C, Sayer AA (2014) Grip strength across the life course: normative data from twelve British studies. PLoS One 9:e113637. doi: 10.1371/journal.pone.0113637
  3. Yorke AM, Curtis AB, Shoemaker M, Vangsnes E (2015) Grip strength values stratified by age, gender, and chronic disease status in adults aged 50 years and older. J Geriatr Phys Ther 38:115–121. doi: 10.1519/JPT.0000000000000037

Alles staat ook beschreven in de standard operating procedure handknijpkracht