Informeer de deelnemer mondeling over de meting: “Ik ga bij u de handknijpkracht meten. U mag gaan zitten, houdt uw onderarm in een hoek van 90°, klem de arm niet tegen de romp Uw schouders ontspant u. Wanneer ik zeg “knijpen”, knijpt u zo hard als mogelijk totdat ik stop zeg. U kunt de meter niet helemaal indrukken, maar ik kan de kracht die u geeft aflezen. Wanneer u pijn voelt of er is iets anders, dan geeft u dit aan en stoppen we de meting. We herhalen de meting drie keer (of indien van toepassing twee keer), tussen de metingen door stoppen we even om uw spieren te kunnen ontspannen.”
De hoogste waarde van de handknijpkrachtmetingen wordt gebruikt voor analyse (1).
Noteer alle individuele uitslagen per hand en noteer de maximale handknijpkracht van deze metingen.
Noteer ook de positie van de handgreep en wat de dominante hand is van de deelnemer.
De uitslag (de hoogste waarde) kan vergeleken worden met de referentiewaarden van Dodds et al. (2) voor mannen (bijlage 3. Zie link nutritional assesment) en vrouwen (bijlage 4. Zie link nutritional assesment). Deze referentiewaarden zijn verzameld bij een zeer grote groep in Engeland. Een waarde onder het 10e percentiel wordt beschouwd als een lage handknijpkracht, omdat deze waardes vergelijkbaar zijn met de P5 van Nederlandse referentiewaarden verzameld door het MUMC.
Bij deelnemers met een specifieke aandoening, bijv. CVA, reuma, of andere aandoeningen waarbij krachtverlies is opgetreden in één of beide handen, is te verwachten dat de maximale knijpkracht aan de aangedane kant lager is. Zie bijv. Yorke et al. (3). De niet aangedane kant zal dan de hoogste waarde geven, dus men kan overwegen de aangedane kant niet te meten.


Alles staat ook beschreven in de standard operating procedure handknijpkracht