Het stimuleren van gewichtsverlies bij ouderen met obesitas ─ en daarmee het verminderen van vetmassa en visceraal vet ─ is belangrijk voor het verminderen van risico op en ernst van comorbiditeit. Vetcellen zorgen voor vetopslag en produceren cytokines en hormonen die betrokken zijn bij het glucose- en lipidenmetabolisme, ontstekingsmechanismen, stolling, bloeddruk en eetgedrag (3). Bij obesitas is er vaak sprake van een hogere vetzuurconcentratie, wat oxidatieve stress veroorzaakt in weefsels als dat van de alvleesklier en de lever. Dit kan resulteren in stoornissen van het glucose- en lipidenmetabolisme. Stijging van adipokines uit het visceraal vet kan bètaceldysfunctie van de alvleesklier en inflammatie veroorzaken (1). Het voedingsadvies is gebaseerd op de Richtlijnen Gezonde Voeding en de NDF-richtlijn uit 2015. Er wordt een tekort van 600 kcal onder de energiebehoefte gehandhaafd (REE – 600 kcal/dag).
De energiebehoefte wordt bepaald door:
Op deze pagina kan u uw energieverbruik berekenen. We doen dit met de WHO-formule. Als u daarbij de toeslag voor activiteit (Zie afbeelding 3) invult krijgt u een schatting van uw totale dagelijkse energiebehoefte.
| Activiteitenniveau | Toeslag (%) |
|---|---|
| Weinig tot geen beweging | 0-20% |
| Lichte beweging via werk, of twee keer per week sporten | 30-40% |
| Redelijke beweging via werk, of twee tot drie keer per week sporten | 50-60% |
| Actief via werk, of drie tot vijf keer per week sporten | 70-80% |
| Zeer actief, of meer dan vijf keer per week sporten | >90% |