De trainer heeft als rol om tijdens de bijeenkomst de deelnemers te helpen hun eigen leerdoelen te achterhalen en de algemene leerdoelen van het programma te behalen. De PRISMA trainershandleiding biedt houvast om dit te doen en helpt de trainer om binnen de uitgangspunten, filosofie en stijl van het programma te werk te gaan. Het draaiboek dient als voorbeeld. De trainer kan afwijken van het draaiboek om de leerdoelen te bereiken.
Het belangrijkste uitgangspunt is een actieve deelname van de deelnemer. Het is geen passief proces. De deelnemer kan zo actief nieuwe informatie opdoen, wat inhoudt dat hij/ zij bestaande kennis in twijfel moet trekken of nieuwe vaardigheden aan moet leren. Om deze veranderingen teweeg te brengen is het noodzakelijk dat de deelnemer nadenkt, uitprobeert en vragen stelt. De cursus is in geen geval schoolse educatie, waarbij informatie wordt overgedragen door te vertellen, uit te leggen en advies te geven. De belangrijkste taak van de trainer is om interactie en discussie te stimuleren. De educatie levert veel meer rendement op als de deelnemer zelf verbanden legt met het eigen gedrag en zelf op zoek gaat naar eigen mogelijkheden. Het geven van informatie of adviezen bevordert zelden de intentie tot gedragsverandering en de interne motivatie. In het draaiboek zijn suggesties opgenomen voor open vragen die gebruikt kunnen worden om na te gaan hoe deelnemers erover denken. Het staat de trainer echter vrij zijn/haar eigen woorden en vragen te gebruiken. Essentieel is wel dat trainer nieuwsgierig is naar wat de deelnemer denkt, voelt en doet. Hierbij is het stellen van open vragen cruciaal. Om de deelnemers te stimuleren en motiveren worden verschillende werkvormen afgewisseld. Het gaat om het inhoudelijk gesprek met gebruik van visuele hulpmiddelen en tekeningen, discussie in de groep, actieve onderdelen in spelvorm, het zelfstandig invullen van het gezondheidsprofiel en actieplan. Soms kan het nodig zijn de meest belangrijke leerdoelen hoog op de agenda te zetten en de minder belangrijke onderdelen te bewaren voor als er tijd over is. De trainer kan er zo voor zorgen dat de tijd effectief gebruikt wordt. Elk dagdeel wordt altijd afgesloten met een positief onderdeel.
In de praktijk ziet dit er als volgt uit: