Studiehandleiding Advanced Dietetics

Praktische gegevens

Wanneer wordt Advanced Dietetics aangeboden?

In principe bieden we, mits minimaal 5 cursisten, deze cursus eens per jaar aan:

Toegangseisen:

Deze cursus in geschikt voor paramedisch werkzame dietisten met minimaal twee jaar werkervaring. Dietisten uit alle sectoren van zorg zijn van harte welkom. Het is mogelijk om een voorkeur aan te geven in het specialisme voor de patientenzorgstage.

Cursuscoördinatie:

  • dr. ir. Hinke Kruizenga
  • Esther Pekel

Contact: h.kruizenga@amsterdamumc.nl

 

Accreditatie

Tot 2025 233,5 punten in het kwaliteitsregister paramedici. De accreditatie moet opnieuw worden aangevraagd.

 

Leerdoelen

Het uitgangspunt van deze cursus is dat de cursisten diëtist zijn en de daarbij behorende HBO beroeps-competenties beheersen (EFAD, 2009 / NVD Beroepsprofiel, 2023). Het doel van deze cursus is om de dietistische competenties te verdiepen en te verhogen tot een WO-niveau. De focus ligt hierbij met name op het methodisch handelen (aanmelding, screening, anamnese, onderzoek, diëtistische diagnose, vaststellen van behandeldoel/-plan, behandeling, evaluatie, afsluiting van de behandeling) en het klinisch/kritisch redeneren binnen dit proces.

Kritisch redeneren is een professionele denkvaardigheid, gegoten in een cyclisch proces, waarbij met een kritische houding en een systematische aanpak het diagnostisch en therapeutisch handelen van een behandelaar wordt beschreven. (Neelemaat et al. 2016)

De leerdoelen van deze cursus overlappen gedeeltelijk met de Europese eindtermen (EFAD). In deze overlappende leerdoelen wordt verdere diepgang en systematiek nagestreefd en ze worden toegepast op complexe patiënten met meervoudige problematiek (oa: patiënten op de intensive care, patiënten rond een operatie, patiënten met darmfalen, nierfalen, oncologische patiënten, etc) middels de principes van kritisch redeneren. Hierbij wordt een uitgebreid scala aan diagnostische maten toegepast in diagnostiek en evaluatie. In de opzet is gekozen voor een directe combinatie van praktijk en theorie. De cursisten krijgen hiermee de tools om evidence based te werken, de eigen zorg te toetsen, evalueren en verbeteren.

Binnen de cursus Advanced Dietetics worden vier hoofdonderwerpen onderscheiden:

  • Kritisch/kritisch redeneren
  • Probleemomschrijving en diagnostiek voedingstoestand
  • Behandelplan
  • Evaluatie eindpunten en termijn

 

De leerdoelen van Advanced Dietetics zijn:

De cursist:

  • Past het kritisch/kritisch redeneren toe op complexe patiënten met multifactoriële problematiek en maakt hierin onderscheid in relevante deeldomeinen (somatisch, functioneel, psychisch en sociaal).
  • Verzamelt en interpreteert structureel relevante gegevens, waarbij relevante medische (somatisch, psychisch en functioneel), sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische aspecten worden afgewogen in complexe problematiek.
  • Kan diverse diagnostische maten initiëren, op waarde schatten (diagnostische waarde, reproduceerbaarheid), toepassen, uitvoeren, interpreteren en resultaten communiceren naar patiënt en verwijzer.
  • Formuleert op basis van de diëtistische diagnose duidelijke en meetbare behandeldoelen (SMART) en stelt de evaluatietermijn vast met behulp van valide uitkomstmaten die passen bij de diagnose en hulpvraag van de patiënt.
  • Evalueert de behandeling op basis van de SMART doelstelling(en) met behulp van valide uitkomstmaten en past de behandeldoelen en het behandelplan aan, aan de bevindingen en omstandigheden en stelt nieuwe doelen en termijnen vast.
  • Kan een praktische complexe diëtistische vraagstelling beantwoorden en presenteren aan diëtisten/ arts-assistenten/ artsen/ apothekers/ andere paramedici.
  • Kan wetenschappelijke literatuur op waarde schatten en de vertaalslag maken naar optimale patiëntenzorg.

Hieronder zijn de leerdoelen verder uitgewerkt per onderwerp.

 1) Kritisch/kritisch redeneren

De cursist:

  • Past het kritisch/kritisch redeneren toe op complexe patiënten met multifactoriële problematiek en maakt hierin onderscheid in relevante deeldomeinen (somatisch, functioneel, psychisch en sociaal).
  • Is als specialist op gebied van voeding en metabolisme een volwaardige gesprekspartner voor andere hulpverleners als medisch specialisten, verpleegkundigen, paramedici, huisartsen e.a. maar ook voor de patiënt; voert goede argumentatie, op basis van feitelijke argumenten.
  • Kan een praktische complexe diëtistische vraagstelling beantwoorden en presenteren aan diëtisten/ arts-assistenten/ artsen/ apothekers/ andere paramedici.
  • Kan wetenschappelijke literatuur op waarde schatten en de vertaalslag maken naar optimale patiëntenzorg.
  • Rapporteert adequaat naar verwijzer en andere zorgverleners d.w.z.
  • inhoudelijk correct
  • to the point
  • evidence based
  • gericht op de ontvanger
  • conform de afspraken met de ontvanger
  • tijdig

2) Probleemomschrijving en diagnostiek voedingstoestand

De cursist:

  • Verzamelt en interpreteert structureel relevante gegevens, waarbij relevante medische (somatisch, psychisch en functioneel), sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische aspecten worden afgewogen in complexe problematiek.
  • Kan de volgende diagnostische maten initiëren, op waarde schatten (diagnostische waarde, reproduceerbaarheid), toepassen, uitvoeren, interpreteren en resultaten communiceren naar patiënt en verwijzer:
    • antropometrie (omtrekmaten, alternatieve lengte en gewicht meting)
    • impedantie (BIA)
    • energieverbruik (indirecte calorimetrie)
    • functionele testen (SPPB, knijpkracht, ADL, fysiotherapeutische tests)
    • laboratorium bepalingen (serum, urine, faeces, absorptiecapaciteit)
    • andere relevante maten (cognitiematen (MMSE), kwaliteit van leven, depressieschalen, eetlust)
  • Stelt vast in welk stadium van gedragsverandering de patiënt zich bevindt (probleembewustwording) en wat de hulpvraag is.
  • Formuleert met de gegevens uit deze uitgebreide diëtistische diagnostiek de diëtistische diagnose (als onderdeel van de totale medische diagnose) en bespreekt die met de (hoofd)behandelaar en de patiënt.

3) Behandelplan

De cursist:

  • Formuleert op basis van de diëtistische diagnose duidelijke en meetbare behandeldoelen (SMART) en stelt de evaluatietermijn vast met behulp van valide uitkomstmaten die passen bij de diagnose en hulpvraag van de patiënt/casus.
  • Kan een voedingskundig behandelplan opstellen, evalueren en bijstellen in casuïstiek en in de complexe (poli)kritische praktijk.
  • Geeft wetenschappelijke onderbouwde adviezen, kent het niveau van de bewijslast, en kan inschatten wanneer er voldoende bewijs is voor een verandering in behandelbeleid, zowel op niveau van patiëntengroepen als van de individuele patiënt/casus.

4) Evaluatie eindpunten en termijn

De cursist:

  • Evalueert de behandeling op basis van SMART behandeldoelstelling(en) met behulp van valide uitkomstmaten.
  • Past de behandeldoelen en het behandelplan aan, aan de bevindingen en omstandigheden en stelt nieuwe doelen en termijnen vast.
  • Sluit de behandeling af op een passend moment.

Werkhouding

  • Kritisch/nieuwsgierig
  • Flexibel
  • (Pro)actief
  • Vooruitdenkend en initiatiefrijk
  • Zelfstandig
  • Betrokken
  • Verantwoordelijk
  • Methodisch/systematisch

Werkvormen

Patiëntenzorg

Elke cursist doet een patiëntenzorgstage waarin zelf diagnoses worden gesteld, (poli)kritische patiënten worden behandeld, en waarbij (indien mogelijk) de ingezette behandelingen worden geëvalueerd en bijgesteld. Ook de communicatie met andere hulpverleners en verslaglegging wordt uitgevoerd door de cursist. De patiënten die door de cursisten worden behandeld zijn zonder uitzondering complex en hebben multifactoriële problematiek. De cursist werkt gemiddeld 2 patiënten per week uit volgens de systematiek van kritisch/kritisch redeneren en past daarbij de eerder genoemde leerdoelen toe. De begeleiding wordt gedaan door ervaren diëtisten die minimaal de eindtermen van dit vak al enkele jaren beheersen en toepassen.

De cursisten worden ingedeeld in twee blokken van 6 dagdelen, waarbij zij elk twee diverse patiëntengroepen behandelen. De dagdelen of stagemomenten worden in overleg met de begeleider ingepland. De stagebegeleiders evalueren de voortgang op de leerdoelen met de cursist (het initiatief hiervoor ligt bij de cursist) en geven aan het einde van de stageperiode een beoordeling.

 

Casuistiekcolleges

Binnen de werkcolleges worden inhoudelijke onderwerpen (kritische redeneren binnen specifieke patiëntengroepen of overstijgende (para)medische onderwerpen) afgewisseld met casuïstiek. Binnen de casuïstiek bijeenkomsten zal een cursist worden aangewezen die een complexe casus uit de eigen praktijk in brengt en een cursist die de sessie leidt en notuleert. De onderwerpen van de inhoudelijke werkcolleges zijn in het rooster te vinden.

NB: alle werkcolleges behoeven voorbereiding, in de vorm van het bestuderen van literatuur en het aanleveren van vragen over het betreffende thema.

 Assessment

In de laatste week zal een mondeling assessment afgenomen worden. De cursist krijgt dan een theoretische complexe patiënt toegewezen en alle stappen van het methodisch handelen (diagnostiek, diëtistische diagnose, behandelplan, plan voor evaluatie en uitwerking van casuïstiek voor vervolgscenario’s) zullen worden bevraagd en getoetst. Hierin is bijzondere aandacht voor het gebruik van diagnostische methoden, mate van bewijslast en het vermogen tot kritisch redeneren. Het assessment bestaat per cursist uit een voorbereiding van 25 minuten en het mondeling assessment van 25 minuten.

De patientenzorgstage en werkcolleges bereiden de cursist voor op dit assessment. De indeling voor het assessment zal in de loop van de cursus bekend worden gemaakt. 

Factsheet (optioneel)

Gedurende het vak werken cursisten individueel aan een factsheet. Deze factsheet is een compacte evidence-based beantwoording van een vraag uit de kritische praktijk. Het onderwerp van de factsheet betreft:

  • (Een onderdeel van) de voedingsbehandeling bij een (specifieke) patiëntengroep; en/of
  • De diagnostische waarde en interpretatie van een parameter voor de evaluatie of initiatie van de voedingsbehandeling bij een (specifieke) patiëntengroep.
  • En geeft concrete aanbevelingen voor de kritische praktijk.

 

Belangrijke data

4 maanden na startPresentaties factsheet
aan einde van de cursusInleveren factsheet

 

Instructies en beoordelingscriteria voor de factsheet zijn in detail uitgewerkt en beschikbaar in de cursusomgeving.

Studiebelasting

Deze cursus is ADAP geaccrediteerd voor 233,5 punten (nummer 442816). Deze accreditatie verloopt in 2025 en wordt opnieuw aangevraagd.

De studiebelasting is opgedeeld in contacturen, zelfstudie, patientenzorgstage en het schrijven van de fact sheet.

De drie collegedagen worden in Amsterdam UMC, locatie VUmc gegeven. Deze dagen zijn van 9:00-17:00 uur.

De patientenzorgstage bestaat uit 2 x 6 dagdelen. Elke cursist kan met de begeleider zelf afspraken maken over op welke dag en op welk tijdstip dit is.

Cursisten bedenken zelf een vraagstelling voor de fact sheet. De vraag wordt in samenspraak met Hinke Kruizenga goed afgebakend en de eerste resultaten worden na 4 maanden gepresenteerd. Met de feedback na de presentatie kan de cursist de fact sheet afronden.

De casuistiekbesprekingen bestaan uit een uur inhoudelijk college en een uur casuistiek. De casus wordt ingebracht door een van de cursisten. In de casuistiekbespreking ligt de nadruk op het oefenen met kritisch redeneren. Deze colleges en bespreking zijn online via teams. 

Toetsing

Het eindcijfer is als volgt opgebouwd:

  • 40% mondeling assessment
  • 40% beoordeling van de 2 patiëntenzorgbegeleiders
  • 20% factsheet (optioneel)

Alle onderdelen dienen met en voldoende (≥5,5) beoordeeld te zijn. Er is één herkansingsmogelijkheid voor het assessment en de factsheet.