Sarcopene obesitas
Wat is sarcopene obesitas?
Sarcopene obesitas is een combinatie van obesitas (een teveel of ongunstige verdeling van vetmassa) én sarcopenie (verlies van spiermassa en spierkracht). Deze twee aandoeningen versterken elkaar en leiden samen tot een complex geheel van lichamelijke en metabole problemen.
Sarcopene obesitas ontstaat vaak door weinig lichaamsbeweging, chronische ontstekingen en stofwisselingsstoornissen die samenhangen met veroudering en overgewicht. Het verhoogt het risico op kwetsbaarheid, meerdere gezondheidsproblemen tegelijk (multimorbiditeit), slechtere behandeluitkomsten en een verminderde kwaliteit van leven.
Hoewel sarcopene obesitas vooral voorkomt bij ouderen, kan het ook bij jongere mensen met obesitas voor serieuze complicaties zorgen.
In 2025 stelden de WHO, ESPEN, EFAD, EASO en WONCA een factsheet op over sarcopene obesitas. De Nederlandse vertaling is weergegeven op deze pagina. De inhoud van de factsheet is gebaseerd op Donini LM, Busetto L, Bischoff SC. Definition and diagnostic criteria for sarcopenic obesity: ESPEN and EASO consensus statement. Clinical Nutrition, February 22, 2022
Sarcopene obesitas brengt specifieke uitdagingen met zich mee:
Meer risico op andere aandoeningen – Mensen met sarcopene obesitas hebben een verhoogd risico op onder andere type 2 diabetes, hart- en vaatziekten en slechtere uitkomsten bij veel chronische ziekten.
Beperking van zelfstandigheid – De combinatie van te veel vetmassa en te weinig spiermassa vergroot de kans op mobiliteitsproblemen, kwetsbaarheid, botbreuken, cognitieve achteruitgang en verlies van zelfstandigheid. Dit heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven.
Nog te weinig bekendheid – Omdat er lange tijd geen duidelijke en uniforme diagnostische criteria waren, is sarcopene obesitas vaak niet (h)erkend of behandeld. Gelukkig is hier nu verandering in gekomen.
Screening en diagnostiek
Vroege herkenning en screening op risico
Een eerste screening helpt om mensen met een verhoogd risico op sarcopene obesitas op te sporen. Dit gebeurt door te kijken naar een hoge BMI (≥30 kg/m²) of een verhoogde buikomvang, in combinatie met risicofactoren of signalen van verminderde spierfunctie.
Denk hierbij aan een medische voorgeschiedenis met meerdere aandoeningen, ziekenhuisopnames of een hogere leeftijd. Ook kunnen mensen zelf aangeven dat ze minder spierkracht hebben of snel vermoeid zijn. Een eenvoudige vragenlijst zoals de SARC-F (die kijkt naar kracht, hulp bij lopen, opstaan uit een stoel, traplopen en vallen) kan ook een eerste aanwijzing geven.


Bevestiging van de diagnose na een positieve screening
Als uit de eerste screening blijkt dat iemand mogelijk sarcopene obesitas heeft, zijn er twee aanvullende stappen nodig om de diagnose te bevestigen:
Meten van spierfunctie: Dit gebeurt bijvoorbeeld met een handknijpkrachtmeter of met een eenvoudige test zoals herhaald opstaan uit een stoel. Er wordt gebruikgemaakt van duidelijke grenswaarden, afgestemd op geslacht, leeftijd en etniciteit.
Meten van lichaamssamenstelling: Hiervoor wordt idealiter een DXA-scan (dual-energy X-ray absorptiometry) gebruikt. Als dat niet beschikbaar is, kan ook een bio-elektrische impedantieanalyse (BIA) worden ingezet, bijvoorbeeld aan het bed van de patiënt.
Voor de diagnose is het belangrijk dat zowel een te lage spiermassa als een te hoge vetmassa wordt vastgesteld.
Indeling in twee stadia
Er wordt een indeling in twee stadia voorgesteld, gebaseerd op de aanwezigheid van complicaties door te veel vetmassa en te weinig spiermassa:
Stadium I: er zijn (nog) geen complicaties.
Stadium II: er is ten minste één complicatie die te maken heeft met sarcopene obesitas, zoals een stofwisselingsziekte (bijvoorbeeld diabetes), verminderde lichamelijke functie of hart- en longproblemen.

Aanbevelingen voor actie

Belangrijkste aanbevelingen voor actie
Voldoende en goed verdeelde eiwitinname
Adviseer een dagelijkse inname van hoogwaardige eiwitten, gelijkmatig verdeeld over de maaltijden (bijvoorbeeld 25–30 gram per maaltijd). Dit ondersteunt de spieropbouw en helpt spierverlies te voorkomen.Regelmatige lichaamsbeweging
Stimuleer minimaal 150–300 minuten matig tot intensieve aerobe activiteit per week, aangevuld met spierversterkende oefeningen op ten minste twee dagen per week.Geïntegreerde voeding- en beweegprogramma’s
Zet in op een gecombineerde aanpak van voeding en beweging, afgestemd op het volledige 24-uurs beweegpatroon. Zo wordt spierverlies beperkt en kan sarcopene obesitas worden voorkomen of aangepakt.
Klinische aanpak
Integreer bewegen en voedingsadvies in de zorg
Geef gerichte leefstijladviezen aan mensen met een verhoogd risico, met nadruk op krachttraining om spiermassa, kracht en functioneren te verbeteren. Stimuleer daarnaast een dagelijkse inname van hoogwaardige eiwitten en evenwichtige maaltijden, verspreid over de dag.Zorg voor multidisciplinaire begeleiding
Verwijs actief door naar beweegprogramma’s in de wijk en naar diëtisten of andere voedingsprofessionals. Zorg, waar mogelijk, voor vergoeding van beweeg- en voedingsinterventies.Behandel obesitas met een gecombineerde leefstijlaanpak
Richt je bij de behandeling van obesitas op het verminderen van vetmassa, zónder verlies van spiermassa en spierfunctie. Dit vraagt om een gestructureerd beweegprogramma en een passend voedingsadvies met voldoende eiwitten en essentiële micronutriënten.
Bij mensen met sarcopenie moet de aanpak – of die nu via leefstijl, medicatie of bariatrische chirurgie plaatsvindt – altijd onder medische begeleiding gebeuren, om spierverlies te voorkomen tijdens het afvallen.


Beleid
Maak bewegen en gezonde voeding toegankelijk en betaalbaar
Zorg dat kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een laag inkomen, gemakkelijk toegang hebben tot beweegmogelijkheden en gezonde voeding. Denk aan betaalbare sportfaciliteiten, veilige wandelroutes, buurthuizen met activiteiten en betaalbare, voedzame voedingsmiddelen.Creëer een leeftijdsvriendelijke leefomgeving
Investeer in toegankelijke en veilige openbare ruimtes, goed verlichte straten en buurten zonder obstakels. Bied daarnaast voorlichting over voeding en leefstijl aan, zodat ouderen zo lang mogelijk actief en gezond kunnen blijven leven.
Onderzoek en betrokkenheid van de gemeenschap
Stimuleer intergenerationele programma’s
Ontwikkel initiatieven waarin oudere volwassenen en mensen in de overgang naar pensioen samen deelnemen aan beweegactiviteiten en voedingsworkshops. Dit bevordert sociale verbondenheid én stimuleert blijvende deelname.Ondersteun vernieuwende vormen van actief samenkomen
Zet in op betaalbare initiatieven zoals actieve groepsuitjes, beweeglessen en kook- of voedingslessen in de wijk, afgestemd op de behoeften van ouderen.Breid klinisch onderzoek uit
Investeer in onderzoek naar gerichte voedings- en beweeginterventies bij (sarcopene) obesitas. Besteed daarbij ook aandacht aan het integreren van beweging, voeding en slaap binnen een 24-uurs leefstijlbenadering.Voer programma’s uit voor voedingsvaardigheden
Zet in op voorlichting over gezonde voeding, met nadruk op voldoende eiwitinname en het belang van het combineren van voeding en beweging bij het voorkomen en behandelen van sarcopene obesitas en functieverlies.



