Promotie Isabel van Ruijven op 8 januari 2026
Op donderdag 8 januari promoveerde Isabel van Ruijven. Haar proefschrift heeft de titel ‘Muscle mass, muscle quality and protein provision during critical illness‘.
Het poefschrift gaat over over spiermassa, spierkwaliteit en eiwitvoorziening tijdens ernstige ziekte. Isabel heeft onderzocht hoe ernstig zieke patiënten, die op de intensive care (IC) liggen, hun spiermassa en spierkwaliteit verliezen en wat de rol is van eiwit in hun voeding. Dit onderzoek is belangrijk, omdat verlies van spiermassa grote gevolgen kan hebben voor het herstel en de kwaliteit van leven van deze patiënten, zelfs nog jaren na hun IC-opname.
Op deze pagina kun je haar uitleg over het proefschrift lezen en bekijken, de promotieverdediging terugzien én onderaan de pagina de laudatio bekijken.

Verlies van spiermassa tijdens ernstige ziekte
Patiënten op de intensive care zijn ernstig ziek en verliezen snel veel spiermassa. Dit komt doordat er meer spiereiwit wordt afgebroken dan aangemaakt, wat leidt tot een negatieve spiereiwitbalans. Alleen al in de eerste week van opname op de IC verliezen patiënten tot wel 2% van hun spiermassa per dag. Dit verlies heeft grote gevolgen: patiënten hebben een hoger risico op infecties, liggen langer in het ziekenhuis en ervaren een verminderd fysiek functioneren en een lagere kwaliteit van leven. Deze klachten kunnen tot jaren na de IC-opname aanhouden.
Meten van spiermassa en spierkwaliteit
Het meten van spiermassa en spierkwaliteit kan op verschillende manieren. Directe methoden, zoals het nemen van een biopt (een klein stukje spierweefsel), geven veel informatie, maar zijn ingrijpend. Indirecte methoden, zoals MRI- of CT-scans, zijn minder belastend en kunnen via doorsnedes van het lichaam de hoeveelheid spier en vet bepalen. Ook kunnen we met deze scans iets zeggen over de kwaliteit van de spier, bijvoorbeeld door te kijken naar de dichtheid van het weefsel. Nog minder invasieve methoden zijn bio-elektrische impedantie analyse en echografie, die aan het bed kunnen worden uitgevoerd. Het meten van spierkwaliteit blijkt minstens zo belangrijk als het meten van spiermassa, omdat het meer zegt over het functioneren van de spier.


Eiwitbehoefte
De hoeveelheid eiwit die ernstig zieke patiënten nodig hebben, is onderwerp van discussie. De huidige richtlijnen zijn breed en adviseren tussen de 1,2 en 2,0 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag, terwijl een gezond persoon ongeveer 0,8 gram per kilogram per dag nodig heeft. Eiwitten uit voeding stimuleren de aanmaak van spiereiwit en kunnen zo spierverlies mogelijk beperken. Maar te veel eiwit kan ook schadelijk zijn, bijvoorbeeld door het onderdrukken van autofagie, het recycle-systeem van het lichaam dat juist hard nodig is bij ziekte. Het is dus belangrijk om een goede balans te vinden in de hoeveelheid eiwit die wordt gegeven.
Spieren tijdens 1e week van IC opname
In onze eerste studie onderzochten we spiermassa en spierkracht bij beademde IC-patiënten tijdens de eerste week van hun opname. We gebruikten hiervoor verschillende meetmethoden, waaronder spierbiopten, bio-elektrische impedantie analyse en echografie. We vergeleken de resultaten met die van gezonde personen. Opvallend was dat we na één week geen afname van spiermassa zagen, maar wel een duidelijke afname van spierkracht. De spierkracht van deze patiënten was na een week IC-opname zelfs lager dan die van gezonde mensen. Dit laat zien dat spierkracht sneller achteruit kan gaan dan spiermassa, en dat het meten van alleen spiermassa niet voldoende is om het verlies aan functioneren te begrijpen.


Spieren tijdens de eerste 30 dagen van IC opname
In een tweede studie onderzochten we spiermassa en spierkwaliteit bij beademde IC-patiënten met het coronavirus, gedurende de eerste 30 dagen van hun opname. We analyseerden hiervoor alle CT-scans die in deze periode werden gemaakt. Ook hier zagen we geen duidelijke afname van spiermassa, maar wel een afname van de spierkwaliteit. Een belangrijke bevinding was dat patiënten veel vocht vasthielden, wat het beeld van spiermassa kan vertekenen. Dit benadrukt opnieuw het belang van het meten van spierkwaliteit, omdat deze mogelijk gevoeliger is voor veranderingen tijdens ernstige ziekte dan spiermassa alleen.
Eiwit en verschillende uitkomsten
In een systematische review en meta-analyse hebben we gekeken naar het effect van verschillende hoeveelheden eiwit op de uitkomsten van ernstig zieke patiënten. We vergeleken groepen die meer dan 1,2 gram eiwit per kilogram per dag kregen met groepen die minder kregen. Uit 29 studies bleek dat het geven van meer eiwit samenhing met een lagere 60-dagen sterfte, een betere stikstofbalans (een maat voor eiwitbalans in het lichaam) en minder verlies van spiermassa. Dit ondersteunt het belang van voldoende eiwit in de voeding van IC-patiënten, maar benadrukt ook dat de optimale hoeveelheid per patiënt kan verschillen.


Implicaties voor de praktijk
De belangrijkste conclusies uit mijn onderzoek zijn dat het meten van spierkwaliteit, naast spiermassa, waardevolle inzichten geeft bij ernstig zieke patiënten. In onze studies zagen we eerder verlies van spierkwaliteit dan van spiermassa. Daarnaast blijkt dat één eiwitstrategie niet voor iedereen geschikt is. De huidige richtlijnen voor eiwitvoorziening zijn een goed uitgangspunt, maar er is een duidelijke behoefte aan meer gepersonaliseerde voedingsadviezen, afgestemd op de individuele patiënt en het stadium van de ziekte. Zo kunnen we hopelijk in de toekomst het herstel en de kwaliteit van leven van IC-patiënten verder verbeteren.
