Voeding en beweging bij TAVI

Vrijdag 23 juni 2023 promoveerde Dennis van Erck, onderzoeker bij Amsterdam UMC, aan de Universiteit van Amsterdam. Op deze pagina geeft hij een weergave van de belangrijkste resultaten en de vertaling van deze resultaten naar de praktijk.

In de video hiernaast geeft Dennis in 10 minuten een overzicht van de belangrijkste bevindingen uit zijn onderzoek.

De video van de oppositie en verdediging is onderaan deze pagina te bekijken.

Lees hier het proefschrift

Wat is een TAVI? 

Jaarlijks krijgen ongeveer 4000 Nederlandse ouderen de diagnose aortaklepstenose, een verkalking van de aortaklep, waardoor deze niet meer goed opent en sluit. Dit veroorzaakt symptomen zoals kortademigheid, duizeligheid, vermoeidheid en kan zonder behandeling uiteindelijk leiden tot overlijden.
Gelukkig bestaat er een behandelmethode waarbij de verkalkte hartklep wordt vervangen door een kunstmatige hartklep. Tegenwoordig kan dit worden uitgevoerd met behulp van een katheter, deze methode noemen we een TAVI. Deze methode is minder invasief dan een openhartoperatie en is met name geschikt voor ouderen en kwetsbare patiënten.

 

Kwaliteit van leven en fysieke performance

Bij oudere patiënten is vooral het verbeteren van hun kwaliteit van leven belangrijk. Het behoud van fysieke performance vormt daarbij een essentieel doel. Hierbij gaat het onder andere om kracht, uithoudingsvermogen en coördinatie. Deze aspecten bepalen uiteindelijk of patiënten bijvoorbeeld boodschappen kunnen doen, het huis kunnen schoonmaken, of zelfstandig kunnen blijven douchen. Dit bepaald in grote mate ook of patiënten zelfstandig kunnen blijven wonen, waardoor het van groot belang is voor hun kwaliteit van leven. Voeding en beweging spelen een cruciale rol bij het behouden of verbeteren van de fysieke performance.

 

Doelen van het onderzoek

Ons onderzoek had drie belangrijke doelen. Het eerste doel was het vaststellen van de fysieke performance van de TAVI-patiënten. Het tweede doel was het bepalen van hun voedingsinname en fysieke activiteit. Het derde doel was het onderzoeken of patiënten bereid waren deel te nemen aan interventies op het gebied van voeding en beweging. Het uiteindelijke hoofddoel was het ontwikkelen van een voedings- en bewegingsinterventie specifiek gericht op deze patiëntengroep.

 

Methode

Voor dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van diverse methoden. Allereerst hebben we metingen uitgevoerd om de voedingsinname, fysieke activiteit en fysieke performance van TAVI patiënten te beoordelen. Daarnaast hebben we een literatuuronderzoek uitgevoerd, interviews afgenomen en analyses gedaan op bestaande data.

 

Hans

De resultaten zullen worden besproken aan de hand van een representatieve patiënt, genaamd Hans. Hij dient als model voor de gemiddelde patiënt in ons onderzoek. Hans is 81 jaar oud, wat overeenkomt met de gemiddelde leeftijd van TAVI-patiënten in ons onderzoek. Hij woont nog zelfstandig samen met zijn vrouw, zonder hulp. Dit is dus de gebruikelijke woonsituatie van de meeste TAVI-patiënten die we in ons onderzoek hebben bestudeerd.

Hans heeft onlangs last gekregen van vermoeidheid en kortademigheid. Hij besluit om naar de dokter te gaan. Na onderzoek wordt bij Hans aortaklepstenose vastgesteld. De cardioloog adviseert een TAVI-behandeling en verwijst Hans door naar het AMC.

Screening voor de TAVI

Enkele weken voor de TAVI moet Hans naar de polikliniek komen voor een screeningsdag. Op deze dag worden twee tests uitgevoerd. De eerste test is het opstaan uit een stoel, drie meter lopen, teruglopen en weer gaan zitten. Uit een literatuuronderzoek dat we hebben uitgevoerd, bleek dat patiënten die langer dan 15 seconden over deze test deden, gemiddeld 2.8 keer meer kans hadden om te overlijden in de eerste jaren na de TAVI, in vergelijking met patiënten die deze test sneller konden voltooien.

Daarnaast moest Hans een test doen waarbij hij zo hard mogelijk moest knijpen in een handknijpkrachtmeter. In het literatuuronderzoek vonden we dat patiënten met een lage handknijpkracht 1.8 keer meer kans hadden om te overlijden in de eerste jaren na de TAVI, in vergelijking met patiënten met een hoge handknijpkracht. (Lees hier het artikel)

Preprocedurele CT-scan

Hans onderging ook een CT-scan voor de TAVI-procedure. We hebben onderzoek gedaan naar software die spiermassa en spierkwaliteit kan bepalen op basis van deze scan. In eerste instantie hebben we deze software gevalideerd (lees hier het artikel). Vervolgens hebben we onderzoek gedaan naar de samenhang tussen spierkwaliteit en overlijden na de operatie.

Uit onze bevindingen bleek dat patiënten met een lage spierkwaliteit, wat wordt gedefinieerd als een verhoogde hoeveelheid vet tussen de spieren, 1.2 tot 1.4 keer meer kans hadden om te overlijden in de eerste jaren na de operatie in vergelijking met patiënten met een goede spierkwaliteit (weinig vet tussen de spieren).

Verandering van fysieke performance

Daarna hebben we onderzocht hoe de fysieke prestaties zich ontwikkelden van vóór tot zes maanden na de TAVI-ingreep. Wij constateerden dat het uithoudingsvermogen direct na de TAVI verbeterde en dat deze verbetering behouden bleef op zes maanden na de ingreep. Als gevolg hiervan was het algehele functioneren ook iets verbeterd op zes maanden.

Gedurende de gehele periode bleef de spiermassa gelijk. Echter, we zagen dat de spierkracht achteruitging. Met name op de lange termijn is spierkracht een belangrijke voorspeller voor het algehele functioneren. Het voorkomen van achteruitgang in spierkracht is daarom van groot belang voor de toekomstige gezondheid en functionaliteit van patiënten.

Voedingsinname

Achteruitgang in kracht kan voorkomen worden door een combinatie van voeding, met name eiwitten, en beweging. We hebben de eiwitinname gemeten en gezien dat zowel Hans als de gemiddelde TAVI-patiënt een eiwitinname had van 1.0 g/kg/dag. Dit is minder dan de aanbevolen hoeveelheid van minimaal 1.2 g/kg/dag.

Als we ook kijken naar de verdeling over de eetmomenten, zien we dat tijdens het avondeten de aanbevolen hoeveelheid van 25 gram per eetmoment wordt gehaald. Een interventie zou met name gericht moeten zijn op het verhogen van de eiwitinname tijdens het ontbijt en de lunch. (Lees hier het artikel)

Beweging

We hebben ook de fysieke activiteit van Hans gemeten en gezien dat hij 6300 stappen per dag zet. Dit is minder dan de aanbevolen hoeveelheid van minimaal 7100 stappen per dag die nodig zijn om de fysieke performance te behouden. Een extra rondje lopen van 10 minuten kan al voldoende zijn om aan deze richtlijn te voldoen. (Lees hier het artikel)

Bovendien adviseren de richtlijnen om twee keer per week spierversterkende oefeningen te doen. Dit is iets wat Hans niet doet en waarbij hij mogelijk hulp kan gebruiken.

 

Motivatie voor een voeding- en beweeginterventie

Tot slot hebben we onderzocht of oudere patiënten wel bereid zijn om deel te nemen aan een voeding- en beweeginterventie. Uit een analyse van bestaande gegevens bleek dat twee op de drie patiënten deelneemt aan een beweeginterventie in de thuissituatie. (Lees hier het artikel)

Bovendien hebben we interviews afgenomen om te ontdekken waar patiënten tegenaan liepen bij het veranderen van hun voedings- en beweeggedrag. De eerste quote toont aan dat Hans op oudere leeftijd twijfels heeft over de effectiviteit van een interventie, terwijl wij uit de literatuur weten dat een interventie zeker effectief kan zijn. Het is van groot belang om patiënten goed te informeren over de mogelijke positieve uitkomsten.

De tweede quote illustreert dat Hans weerstand voelt om zijn voedings- en beweegpatroon aan te passen. Omdat Hans al vele jaren in hetzelfde beweeg- en voedingspatroon leeft, is het begrijpelijk dat verandering niet gemakkelijk is. Daarom is het essentieel dat een voeding- en beweeginterventie goed aansluit bij het huidige patroon. (Lees hier het artikel)

Conclusies

De conclusies van ons onderzoek zijn te zien op de slide. Voor een opzet van een interventie die getest zou moeten worden bij de TAVI-patiënten verwijzen we graag door naar de algehele discussie van het proefschrift.

 

Bekijk hier de oppositie en verdediging