Motorisch leren

Foutloos leren

Fouten maken doet iedereen, maar als het maken van fouten demotiverend werkt voor je cliënt of als het leren van gemaakte fouten niet lukt, kun je als oefentherapeut je materiaal en interventievormen zo kiezen dat je cliënt op een veilige manier met veel kleine tussenstappen en succeservaringen leert. Vooral bij kinderen en ouderen met hersenaandoeningen/geheugenproblemen kan foutloos leren van grote toegevoegde waarde zijn.

Voor een recent systematische review, zie Wong et al. (2026).

Analogie leren

Bij analogie leren probeer je als oefentherapeut met zo weinig mogelijk woorden de cliënt op een andere manier te bewegen. Het voordeel van een analogie of metafoor is dat de cliënt zijn aandacht niet hoeft te vestigen op de details van beweging maar meer bezig kan zijn met de taak en de omgeving waarbinnen de cliënt beweegt. Een veel gehoorde valkuil bij oefentherapeuten is om na het geven van deze impliciete instructie bijvoorbeeld “Loop alsof je verliefd bent”, vervolgens toch een expliciete vorm feedback te geven met bijvoorbeeld Knowledge of Performance en iemand te corrigeren op hoe hij zijn voeten afwikkelt of welke beweging de knie maakt. Hiermee wissel je van een impliciete naar een expliciete leerstrategie en dat werkt verwarrend voor cliënten.

Blijf dus hoog over feedback geven, je observeert wel expliciet met je timmervrouwsoog, maar geef impliciete feedback; “Dat is niet echt verliefd, he?”.

Voor een recent systematische review, zie Carnero-Diaz et al. (2026).

Dubbeltaak leren

Het leeuwendeel van het beweeggedrag van je cliënt wordt onbewust uitgevoerd. Dat betekent dat het cerebellum op de achtergrond de automatische motoriek voor zijn rekening neemt, zodat de frontale cortex letterlijk headroom heeft voor bijvoorbeeld taal- en rekenvaardigheden. De ultieme test om te kijken of motoriek geautomatiseerd is, is dus de dubbeltaak. Hierbij oefent de cliënt het afwassen, terwijl je over de laatste wedstijd van Real Madrid praat of laat je de cliënt balansoefeningen doen terwijl hij terugtelt van 100 in stappen van 7 (of 3).

Let wel op wanneer je dit inzet! Zet je het te vroeg in het motorisch leerproces in, dan kan het leerproces vertragen, terwijl als je in autonome fase van Fitts en Posner zit, het juist versterkend lijkt te werken op uitvoering en mentale capaciteit.

Voor een recente review bij sporters, zie Moreira et al. (2021).