Inflammatie

De GLIM-benadering voor de diagnose van ondervoeding is gebaseerd op de beoordeling van drie kenmerkende factoren (gewichtsverlies, lage BMI en verminderde spiermassa) en twee oorzakelijke factoren (verminderde voedselinname en ziektelast/inflammatie), waarbij de diagnose wordt bevestigd door een combinatie van ten minste één kenmerkend en ten minste één oorzakelijk criterium.

Waarom is inflammatie een oorzakelijke factor van ondervoeding?

Inflammatie kan een verminderde eetlust veroorzaken en versterken en zorgen voor een veranderd metabolisme met een verhoogde afbraak en verminderde opbouw van spieren en een verhoogd energiegebruik.

Patiënten met ernstige, aanhoudende of terugkerende inflammatie hebben een fors verhoogd risico op ondervoeding en minder effect van een voedingsbehandeling.

Wanneer is er sprake van inflammatie?

Om praktische richtlijnen te geven voor de beoordeling van inflammatie is er in 2024 een aanbeveling door experts gepubliceerd. Een door GLIM samengestelde werkgroep van 36 experts ontwikkelde op consensus gebaseerde richtlijnen door middel van een aangepaste Delphi-beoordeling. Er zijn zeven richtlijnen ontwikkeld.

Is de aanwezigheid van een laboratoriumwaarde noodzakelijk?

Als er geen laboratoriumwaarden over inflammatie beschikbaar zijn voldoet een inschatting door de arts of verpleegkundige op de vraag:

“Is er sprake van aan acute ziekte of trauma of chronische aan ziekte gerelateerde inflammatie?”

Aandoeningen met meestal ernstige acute inflammatie

Voorbeelden zijn: kritieke ziekte, ernstige infectie/sepsis, ARDS, ernstige brandwonden, grote abdominale chirurgie, multitrauma, ernstig gesloten hoofdletsel, ernstige acute pancreatitis en infecties. Gematigder inflammatoire aandoeningen kunnen ook acuut optreden. Voorbeelden hiervan zijn exacerbaties van chronische ziekten zoals inflammatoire darmziekten, reumatologische aandoeningen en COPD.

Aandoeningen met milde tot matige chronische inflammatie

Voorbeelden zijn: congestief hartfalen, cystic fibrosis, COPD, de ziekte van Crohn, coeliakie, reumatoïde artritis, diabetes, abdominale obesitas, metabool syndroom, maligniteiten, infecties (bijv. tuberculose), HIV/AIDS, decubitus, parodontitis, chronische nierziekte, levercirrose en milde/matige pancreatitis.

Hoe kan inflammatie gemeten worden?

CRP is een positieve acute fase eiwit en in een hoge concentratie aanwezig bij inflammatie. Het  heeft een korte halfwaardetijd (19 uur) zegt dus alleen iets over de inflammatiestatus rond het meetmoment.

CRP wordt door de lever gemaakt en kan verlaagd zijn bij gevorderde leverziekte en bij gebruik van niet-steroïde ontstekingsremmers, magnesiumsupplementen en statines en bij immunosuppressieve aandoeningen of therapieën. Bij nierziekten in het eindstadium zijn verhoogde CRP-spiegels te verwachten door inflammatie en verminderde filtratie. Het gebruik van kan de CRP-spiegels verlagen.55-57 Er moet ook worden erkend dat CRP en andere ontstekingsindicatoren verlaagd kunnen zijn bij patiënten met.

Andere inflammatie-indicatoren zijn interleukine-6, erytrocytenbezinkingssnelheid, neutrofielen/lymfocytenratio, T-lymfocytentellingen (CD3+), trombocytose, myeloïde afgeleide suppressorcellen, serumalbumine, serumalbumine/CRP-ratio, procalcitonine, variatie in de grootte van de rode bloedcellen (RDW), nucleated red blood cells (NRBC), hyperglykemie, hyperinsulinemie, berekening van het homeostasemodel, ijzerkinetiek (Fe, ferritine en transferrine), lactaat, fibrinogeen en calprotectine (voor inflammatoire darmaandoeningen).

Welke afkapwaarde voor CRP?

Het wordt aanbevolen om CRP te bepalen. CRP-niveaus van 10-50 mg/L worden gebruikt als maat voor matige tot ernstige acute inflammatie en een waarde van >50 mg/L voor ernstige acute inflammatie. De juiste interpretatie van sommige van deze indicatoren vereist klinische training en expertise.