Goed eten en bewegen bij ziekte en herstel

Waarom zijn goed eten en bewegen essentieel tijdens ziekte en herstel?

Op deze pagina en in deze video komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Waarom is goed eten en bewegen zo moeilijk bij ziekte en herstel
  • Aan voeding en beweging gerelateerde condities
  • Centrale rol van spiermassa
  • Voeding en beweegbehandeling
  • Samenwerking
  • Het platform Voeding & Beweging NU

Inhoud: Hinke Kruizenga, diëtist-onderzoeker Amsterdam UMC en coördinator van VBNU

Stem: AI via Synthesia

Barrières voor eten

De factoren op het plaatje herkent iedereen. Eten is moeilijk door een verminderde eetlust, pijn, een droge mond, minder reuk en smaak, kauw- en slikproblemen, misselijkheid, moeheid en functionele problemen. Zelfs een boterham smeren kan ingewikkeld zijn. In bed eten is ook niet ideaal. Angst voor klachten, angst en depressie en onvoldoende steun in de omgeving maken het nog lastiger.

In het ziekenhuis meten we elk jaar of onze patiënten genoeg eten. Helaas eet meer dan 20% van de patiënten slechts de helft van wat ze nodig hebben, ondanks alle inspanningen.

Barrières voor bewegen

Voor bewegen zijn de barrières vaak vergelijkbaar: spierzwakte, conditieverlies, stijfheid en kortademigheid spelen een grote rol.

Deze barrières zorgen ervoor dat patiënten in het ziekenhuis 80 tot 100% van hun tijd inactief zijn.

Er zijn veel oorzaken voor voeding- en beweegproblemen, en de diagnostiek is niet altijd eenduidig. Dit schema toont kenmerken zoals gewichtsverlies, BMI, spiermassa, spierkracht, inflammatie, lage voedingsinname, functionaliteit en andere factoren zoals leeftijd, inactiviteit, moeheid en buikomvang. Deze kenmerken helpen de verschillende condities te onderscheiden: ondervoeding, sarcopenie, cachexie, frailty, overgewicht, obesitas en sarcopene obesitas.

Wanneer we de kenmerken in kaart brengen, zien we dit beeld voor de aan voeding en beweging gerelateerde condities. Hoewel deze condities van elkaar verschillen, is er ook overlap. Cachexie gaat bijvoorbeeld vaak gepaard met kenmerken van ondervoeding, sarcopenie en frailty en personen met sarcopenie zijn meestal ook frail.

De rol van spiermassa

De gemeenschappelijke kenmerken van deze condities zijn spiermassa, kracht, functie en gewicht. De ernst wordt bepaald door ziekte, inactiviteit, leeftijd en voeding. Al deze factoren veroorzaken gewichtsverlies, wat op zijn beurt spiermassa en kracht vermindert. Spiermassa speelt een centrale rol en is een onafhankelijke voorspeller van slechte gezondheidsuitkomsten.

Spieren hebben zowel een functionele als een metabole rol. Functioneel ondersteunen ze kracht, balans, houding en beweging. Metabool zijn ze een bron van aminozuren voor eiwitturnover, immuunfunctie, stressrespons, glucoseregulatie en wondherstel.

Impact van spierverlies

Bij spiermassaverlies worden dagelijkse activiteiten moeilijker, ademhaling zwaarder en kan invaliditeit optreden. Metabool leidt het tot vermoeidheid, slechtere wondgenezing, meer complicaties en hoger zorgverbruik.

Eiwitturnover en spierverlies

Spierverlies gaat snel. Hoe snel precies? Verliezen patiënten 1 kg spieren in een week, in twee weken, of een maand? Gemiddeld verliezen patiënten in het ziekenhuis ongeveer 1 kg spieren per week. Het kost maanden om dit spierverlies terug te winnen met intensieve training en eiwitinname.

Waarom gaat spierverlies zo snel?

Het ligt aan de hoge turnover van eiwit. Van de 10-15 kg eiwit in het lichaam bevindt 75% zich in spieren, en dagelijks breken we 1-2% daarvan af en bouwen het weer op. Bij een gezonde balans is er sprake van gelijke opbouw en afbraak. Dit proces wordt gestimuleerd door twee anabole prikkels: voeding en beweging.

Het gaat mis als er anabole resistentie optreedt. Anabole resistentie ontstaat wanneer de opbouw van eiwit in het lichaam wordt verstoord door factoren zoals inactiviteit, een te lage voedingsinname, ziekte en veroudering.

Bij inactiviteit ontbreekt de anabole prikkel die beweging normaal gesproken geeft, of is deze sterk verminderd. Bij te lage voedingsinname zijn er onvoldoende bouwstoffen beschikbaar in het bloed, wat leidt tot een verminderde prikkel door een lage concentratie aminozuren. Tijdens ziekte ontstaat er een blokkade in het opbouwproces, wat de spieropbouw belemmert. Bij veroudering is een veel sterkere anabole prikkel nodig om hetzelfde resultaat in spieropbouw te behalen als bij jongere personen.

Lijnen van spiermassa en kracht in de levensloop

Dit verlies is goed zichtbaar in deze grafiek. Gezond oud worden (groene lijn) laat een langzame afname van spiermassa zien. Bij ziekte (rode lijn) daalt de spiermassa acuut, en het herstel blijft vaak achter, wat op jongere leeftijd tot beperkingen leidt.

Het gaat niet alleen om de hoeveelheid spierverlies, maar ook om het type spieren. Type 1-spiervezels ondersteunen uithoudingsvermogen, terwijl type 2-spiervezels kracht en balans bieden. Bij ziekte verliezen patiënten relatief meer type 2-vezels, wat balansproblemen en een hoger valrisico veroorzaakt.

Hoe voeden?

De focus in de behandeling ligt op het voorkomen van spierverlies. Dit doen we door voldoende eiwit en beweging te waarborgen, hoewel dit bij ziekte al erg uitdagend is.

Hoe ziet goede voeding eruit bij ziekte en herstel?

Het draait om voldoende eiwit, energie en essentiële aminozuren zoals leucine. Daarnaast is de timing belangrijk: 20-30 gram eiwit per maaltijd, twee tot drie keer per dag.

De eiwitbehoefte varieert: 0,8 g/kg bij gezonde mensen, 1,2-1,5 g/kg bij ziekte en herstel.

Hoe bewegen?

De basisaanbeveling voor beweging is 150 minuten matige tot intensieve inspanning per week, gecombineerd met spier- en botversterkende oefeningen. Bij ziekte maakt de fysiotherapeut een haalbaar plan.

Belangrijke aandachtspunten voor voeding- en beweegbehandeling zijn:

  • Tijdige herkenning en behandeling door goede screening en diagnostiek.
  • Interdisciplinaire samenwerking.
  • Coaching, zelfmanagement en evaluatie door patiënten en zorgverleners.

De OPRAH-interventie met de Atris-app is een voorbeeld van succesvolle interdisciplinaire samenwerking, coaching en zelfmanagement.

Meer kennis en implementatie

Kan meer eiwit spierverlies voorkomen of spiermassa verhogen? Bij gezonde mensen helpt 1-1,5 g/kg om spierverlies te beperken. Bij zieken of ouderen zonder beweging biedt meer eiwit echter weinig effect. Geïntegreerde voeding- en beweegbehandeling is cruciaal.

Beweging is bijna altijd effectief. Uit onderzoek blijkt dat voeding en beweging samen het meest effectief zijn.

Onderzoek naar voeding en beweging helpt ons verder. Differentiatie is nodig op basis van somatische, psychische, sociale factoren en subgroepen en er moet nadrukkelijk aandacht zijn voor interdisciplinaire taakverdeling.

Implementatie in de praktijk is essentieel.

VBNU

Om dit te stimuleren is het platform Voeding & Beweging NU opgericht. Dit platform bevordert herstel door integratie van voeding en beweging in onderwijs, onderzoek en praktijk.

De eiFIT app is hiervan een voorbeeld. Die is ontwikkeld in het ProIntens project en is nu toegepast in OPRAH en wordt straks ook in nieuwe projecten toegepast. De app verbetert door deze toepassingen steeds en is ook vrij toepasbaar in de zorgpraktijk en het onderwijs. Recent hebben verpleegkunde studenten als stageopdracht de geschiktheid van de eiFIT app getest in de geriatrische revalidatie.

Samen werken

Er zijn nog veel kansen voor verbetering in samenwerking tussen diëtisten, fysiotherapeuten en verpleegkundigen. Kansen zijn er in gezamenlijke screening zodat de behandeling tijdig gestart kan worden,  het elkaar betrekken bij de behandeling en diagnostische bevindingen delen en behandeldoelen afstemmen. Soms heeft het echt meerwaarde om het behandelplan samen te formuleren en elkaar adviezen te kennen en te herhalen en te evalueren bij de patiënt.

Elk specialisme heeft nu vaak eigen doelen. Harmonisatie kan bijdragen aan betere patiëntenzorg.

Meer informatie is te vinden op deze website. We nodigen iedereen uit om deel te nemen aan ons platform.