Gedragsverandering
Oefentherapeuten hebben als doel het beweeggedrag van cliënten met chronische musculoskeletale pijn (CMP) in hun dagelijks leven te optimaliseren. Eén van de strategieën die oefentherapeuten hiervoor inzetten, is gedragsverandering waarmee determinanten van beweeggedrag van patiënten worden beïnvloed: cognities, emoties, motoriek en omgeving. Hiervoor worden verschillende gedragsveranderingstechnieken gebruikt.
Gedragsveranderingstechnieken worden gedefinieerd als een actief component van een interventie die bedoeld is om gedrag te beïnvloeden (Michie et al, 2018).
Gebruik gedragsveranderingstechnieken
De verschillende gedragsveranderingstechnieken zijn hier te vinden. Deze technieken zijn afkomstig van Michie et al (2015), een veelgebruikt raamwerk in de wetenschappelijke literatuur.
Deze technieken kunnen inspireren en ideeën geven voor de behandeling gericht op het veranderen van beweeggedrag bij cliënten met CMP.
| Label | Omschrijving | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Doelen stellen (gedrag) | Een doel stellen of afspreken met betrekking tot het gedrag dat moet worden bereikt. NB. Doelen stellen alleen coderen** als er voldoende bewijs is dat het doel is gesteld als onderdeel van de interventie; als het doel niet nader is omschreven of een gedragsuitkomst betreft, geef dan code 1.3, Doelen stellen (uitkomst); als het doel een specifieke context, frequentie, duur of intensiteit voor het gedrag betreft, geef dan ook code 1.4, Actie plannen. | Stel samen het doel om tijdens het fietsen bewust de rug overeind te houden. Stel samen het doel om twee keer per week naar het werk te fietsen i.p.v. de auto te pakken ondanks het vermoeide gevoel. Stel samen met de persoon in kwestie een dagelijks wandeldoel vast (bijv. 5 kilometer lopen) en bereik overeenstemming over dat doel. Stel het doel om vijf stuks fruit per dag te eten, zoals voorgeschreven in de richtlijnen voor de volksgezondheid. |
| Problemen oplossen | De factoren analyseren of door de persoon in kwestie laten analyseren die het gedrag beïnvloeden en strategieën ontwikkelen of uitkiezen waarmee je belemmerende factoren overwint en/of bevorderende factoren vergroot (hieronder valt ‘Een terugval voorkomen’ en ‘Copinggedrag plannen’). NB. Het is niet voldoende om belemmeringen te benoemen zonder met oplossingen te komen. Als in de BCT geen analyse van het gedragsprobleem is opgenomen, overweeg dan 12.3, Cues die het gedrag ontlokken verminderen of vermijden, 12.1, De fysieke omgeving aanpassen, 12.2, De sociale omgeving aanpassen of 11.2, Negatieve emoties verminderen. | Stimuleer de persoon te analyseren welke belemmerende factoren er zijn die weerhouden mini-pauzes te nemen op het werk en bespreek mogelijke oplossingen, zoals koffie halen, een signaal ontvangen op laptop of negatieve emoties of gedachten controleren. Benoem specifieke triggers (bijv. in een café zitten, onrustig zijn) die de drang/wens/behoefte opwekken om te drinken en ontwikkel strategieën om triggers uit de omgeving te mijden of negatieve emoties onder controle te houden. Stimuleer de patiënt te bekijken welke belemmerende factoren hem/haar ervan weerhouden meer aan lichaamsbeweging te gaan doen en bespreek oplossingen, bijv. met een vriend(in) naar de sportschool gaan. |
| Doelen stellen (uitkomst) | Een doel stellen of afspreken in termen van een positieve uitkomst van gewenst gedrag. NB. Richtlijnen alleen coderen als ze zijn gegeven als doel in een interventiecontext; als het doel gedrag is, geef dan code 1.1, Doelen stellen (gedrag); als het doel niet nader is omschreven, geef dan code 1.3, Doelen stellen (uitkomst). | Formuleer samen wat het uiteindelijke doel van de behandeling is zoals weer meegaan naar uitjes met het hele gezin. Stel een doel inzake afvallen (bijv. 0,5 kilogram per week) als uitkomst van een veranderd eetpatroon. |
| Actie plannen | Een gedetailleerde planning van de uitvoering van het gedrag stimuleren (moet minimaal iets zeggen over de context, frequentie, duur of intensiteit). De context kan de omgeving betreffen (fysieke of sociale) of intern zijn (fysieke, emotionele of cognitieve omgeving) (waaronder ‘Implementatie intenties’). NB. Dat er bewijzen zijn voor geplande actie betekent nog niet dat er doelen zijn gesteld; dat laatste alleen coderen als er voldoende bewijs voor is. | Stimuleer het plannen van bewuste ontspanning op een werkdag. Bijvoorbeeld ‘grounding’ doen tijdens een koffiebreak en een wandeling tijdens de lunch. Stimuleer mensen dat ze een plan hebben om condooms bij zich te hebben als ze in het weekend gaan stappen. Stimuleer het plannen van de uitvoering van een bepaalde lichamelijke activiteit (bijv. hardlopen) op een bepaald tijdstip (bijv. voor het werk) op bepaalde dagen van de week. |
| Gedrags doel(en) opnieuw bekijken | Gedragsdoel(en) samen met de persoon opnieuw bekijken en overwegen om het doel/de doelen of de gedragsveranderingsstrategie te wijzigen in het licht van de prestaties. Dit kan leiden tot het opnieuw stellen van hetzelfde doel, een kleine wijziging van het doel of het stellen van een nieuw doel in plaats van (of naast) het eerste, of geen verandering. NB. Als het doel is omschreven in termen van gedrag, geef dan code 1.5; als het doel niet nader is omschreven, geef dan code 1.7, De uitkomstdoelen opnieuw bekijken; als er een discrepantie is ontstaan, overweeg dan ook 1.6, Discrepantie tussen het huidige gedrag en het doel. | Bespreek samen of het is gelukt om thuis meer hulp te vragen aan gezinsleden bij huishoudelijke taken. Bekijk hoe goed iemands prestaties overeenkomen met het afgesproken doel, bijv. of hij/zij minder dan één eenheid alcohol per dag consumeert, en overweeg om toekomstige gedragsdoelen op basis daarvan te wijzigen, bijv. door het alcoholdoel moeilijker of makkelijker te maken, of door het soort alcoholische drank die wordt geconsumeerd te veranderen. |
| Discrepantie tussen het huidige gedrag en het doel | De aandacht vestigen op discrepanties tussen het huidige gedrag van de persoon (wat betreft de vorm, frequentie, duur of intensiteit van dat gedrag) en de eerder gestelde uitkomstdoelen, gedragsdoelen of actieplannen van de persoon (gaat verder dan het eigen gedrag monitoren). NB. Als er ongemak ontstaat, geef dan alleen code 13.3, Strijdige overtuigingen en niet 1.6; als de doelen worden gewijzigd, geef dan ook code 1.5 en/of 1.7; als er feedback wordt gegeven, geef dan ook code 2.2, Feedback op het gedrag. | Bespreek samen dat het doel ‘meer tijd voor jezelf te maken’ nog niet is behaald, wat redenen zijn en wat nog nodig is om het wel te bereiken. Bespreek samen dat het doel van 2x per week fietsen naar het werk nog niet is behaald, wat redenen zijn en wat nog nodig is om het wel te bereiken. behaald en wat nodig om het Wijs de persoon erop dat hij/zij het gestelde doel inzake lichaamsbeweging niet heeft gehaald. |
| Uitkomst doel(en) opnieuw bekijken | Het uitkomstdoel/de uitkomstdoelen samen met de persoon opnieuw bekijken en overwegen om het doel/de doelen aan te passen in het licht van de prestaties. Dit kan leiden tot het opnieuw stellen van hetzelfde doel, het doel enigszins veranderen of een nieuw doel stellen in plaats van of naast het eerste doel. NB. Als het doel is omschreven in termen van gedrag, geef dan code 1.5; als het doel niet nader is omschreven, geef dan code 1.7; als er een discrepantie is ontstaan, overweeg dan ook 1.6, Discrepantie tussen het huidige gedrag en het doel. | Bespreek of het is gelukt om een keer met het gezin mee te gaan naar een uitje. Is het een doel dat gerealiseerd gaat worden en past bij de ontwikkelingen tot nu toe? Kijk hoeveel kilo de persoon is afgevallen en overweeg om het uitkomstdoel/de uitkomstdoelen op basis daarvan te veranderen, bijv. door het doel inzake gewichtsverlies aan te scherpen of te versoepelen. |
| Gedrags contract | Een schriftelijke specificatie opstellen over het gedrag dat moet worden vertoond en waarover een akkoord is bereikt met de persoon en met iemand anders als getuige. NB. Geef ook code 1.1, Doelen stellen (gedrag). | Teken een contract met de persoon waarin bijvoorbeeld staat dat hij/zij een week lang geen druppel alcohol drinkt. |
| Een belofte doen | De persoon vragen om uitspraken (opnieuw) te bevestigen die aangeven dat hij/zij zijn/haar gedrag wil veranderen. NB. Als de uitspraken zijn omschreven in termen van het te bereiken gedrag, geef dan ook code 1.1, Doelen stellen (gedrag). | Vraag de patiënt bij welke verandering van gedrag de prioriteit en focus ligt zodat het een haalbare verandering wordt. Vraag de persoon om een ‘ja, dat beloof ik’-uitspraak te bevestigen of opnieuw te bevestigen met een sterke toezegging (bijv. door woorden als ‘sterk’, ‘vastbesloten’ of ‘hoge prioriteit’ te gebruiken). |
| Het gedrag monitoren door anderen zonder feedback | Het gedrag observeren of vastleggen met toestemming van de persoon als onderdeel van een gedragsveranderingsstrategie. NB. Als het monitoren onderdeel is van een dataverzamelingsprocedure en niet van een strategie gericht op gedragsverandering, dan niet coderen; als er feedback wordt gegeven, geef dan alleen code 2.2, Feedback op het gedrag; als het gaat om het monitoren van uitkomst(en), geef dan code 2.5; als het gaat om het monitoren van het eigen gedrag, geef dan code 2.3. | Bespreek samen of het observeren door iemand uit de sociale omgeving kan helpen bij het vaker ‘nee’ zeggen. Bespreek met de patiënt of het observeren door de omgeving kan helpen om thuis rustiger te functioneren op een dag. Observeer het handenwasgedrag van het ziekenhuispersoneel en maak aantekeningen over de context, frequentie en gebruikte technieken. |
| Feedback op het gedrag | De uitvoering van het gedrag monitoren en er informatieve of evaluatieve feedback op geven (bijv. over de vorm, frequentie, duur, intensiteit). NB. Geef bij biofeedback alleen code 2.6, Biofeedback en niet 2.2; als de feedback een uitkomst van het gedrag betreft, geef dan code 2.7, Feedback op de uitkomst(en) van het gedrag; als er geen duidelijk bewijs is dat er feedback is gegeven, geef dan code 2.1, Het gedrag monitoren door anderen zonder feedback; als de feedback op het gedrag evaluatief is, bijv. lof, geef dan ook code 10.4, Sociale beloning. | Bespreek samen op welke manier de persoon opstond uit de stoel en naar jou toe liep. Vertel de persoon hoeveel stappen hij of zij elke dag heeft gezet (zoals geregistreerd door een stappenteller) of hoeveel calorieën hij of zij elke dag heeft gegeten (op basis van een vragenlijst over voedselinname). |
| Het eigen gedrag monitoren | Een methode instellen voor de persoon om zijn/haar gedrag te monitoren en vast te leggen als onderdeel van een gedragsveranderingsstrategie. NB. Als het monitoren onderdeel is van een dataverzamelingsprocedure en niet van een strategie die gericht is op het veranderen van het gedrag, dan niet coderen; als het gaat om het monitoren van de uitkomst(en) van het gedrag, geef dan code 2.4; als het monitoren door iemand anders wordt gedaan (zonder feedback), geef dan code 2.1. | Spreek met de persoon af bij te houden wanneer en hoe lang hij wandelt en hoe hij dat beleeft. Bespreek met de persoon om bij te houden wanneer gebruik wordt gemaakt van de wandelstokken. Vertel de persoon hoeveel stappen hij of zij elke dag heeft gezet (zoals geregistreerd door een stappenteller) of hoeveel calorieën hij of zij elke dag heeft gegeten (op basis van een vragenlijst over voedselinname). Geef de patiënt een stappenteller en een formulier om het dagelijkse aantal stappen bij te houden |
| De uitkomst(en) van het eigen gedrag monitoren | Een methode instellen voor de persoon om de uitkomst(en) van zijn/haar gedrag te monitoren als onderdeel van een gedragsveranderingsstrategie. NB. Als het monitoren onderdeel is van een dataverzamelingsprocedure en niet van een strategie die is gericht op het veranderen van het gedrag, dan niet coderen; als het gaat om het monitoren van het eigen gedrag, geef dan code 2.3; als het monitoren door iemand anders wordt gedaan (zonder feedback), geef dan code 2.5. | Bespreek met de persoon om dagelijks te noteren hoe het ging met ontspannend werken en welke factoren van invloed waren. Vraag de persoon om zich gedurende twee weken aan het eind van elke dag te wegen en het dagelijkse gewicht in een grafiek bij te houden, om zo het beweeggedrag te verbeteren |
| De uitkomst(en) van het gedrag monitoren door anderen zonder feedback | De uitkomsten van het gedrag observeren of noteren met toestemming van de persoon als onderdeel van een gedragsveranderingsstrategie. NB. Als het monitoren onderdeel is van een dataverzamelingsprocedure en niet van een strategie die is gericht op het veranderen van gedrag, dan niet coderen; als feedback is gegeven, geef dan alleen code 2.7, Feedback op de uitkomst(en) van het gedrag; als het gaat om het monitoren van het gedrag, geef dan code 2.1; als het gaat om het monitoren van de uitkomst(en) van het eigen gedrag, geef dan code 2.4. | Bespreek met de persoon of een app kan helpen bij het monitoren van de dagelijkse hoeveelheid bewegen. Bespreek het bijhouden Noteer je bloeddruk, bloedsuikerspiegel, gewichtsverlies of fysieke conditie |
| Biofeedback | Feedback geven over het lichaam (bijv. de fysiologische of biochemische toestand) met externe meetapparatuur als onderdeel van een gedragsveranderingsstrategie. NB. Als het gaat om biofeedback, geef dan alleen code 2.6, Biofeedback, en niet 2.2, Feedback op het gedrag of 2.7, Feedback op de uitkomst(en) van het gedrag. | De persoon informeren over zijn of haar bloeddruk om gezondere levensgewoonten te stimuleren |
| Feedback op de uitkomst(en) van het gedrag | De uitkomst(en) van het gedrag monitoren en er feedback op geven. NB. Als het om biofeedback gaat, geef dan alleen code 2.6, Biofeedback en niet 2.7; als de feedback het gedrag betreft, geef dan code 2.2, Feedback op het gedrag; als er geen duidelijk bewijs is dat er feedback is gegeven, geef dan code 2.5, De uitkomst(en) van het gedrag monitoren door anderen zonder feedback; als de feedback op het gedrag evaluatief is, bijv. lof, geef dan ook code 10.4, Sociale beloning. | Laat de persoon weten hoeveel kilo’s hij of zij is afgevallen na de invoering van nieuwe work-out |
| Sociale steun (non-specifiek) | Sociale steun, lof of beloning adviseren, regelen of geven (bijv. van vrienden, familie, collega’s, maatjes of personeel) voor het vertonen van het gedrag. Hieronder vallen aanmoedigen en begeleiden, maar alleen wanneer dat op het gedrag is gericht. NB. Een groepssessie bijwonen of een ‘follow-up’ noemen hoeft nog geen toepassing van deze BCT te zijn; de steun moet expliciet worden genoemd. Als het om praktische steun gaat, geef dan code 3.2, Sociale steun (praktisch); als het om emotionele steun gaat, geef dan code 3.3, Sociale steun (emotioneel) (waaronder een motivatiegesprek voeren en cognitieve gedragstherapie). | Adviseer om een collega te laten kijken of de persoon gesteund en overeind werkt achter zijn laptop met het toetsenbord dichtbij. Adviseer om een huisgenoot aan te moedigen om te gaan wandelen na het eten ondanks het vermoeide gevoel. Geef de persoon het advies om een ‘buddy’ te bellen als hij of zij de drang voelt om te roken Zorg ervoor dat een huisgenoot je aanmoedigt om door te gaan met het programma voor gedragsverandering Geef informatie over een lotgenotengroep die hulp biedt bij dit gedrag |
| Sociale steun (praktisch) | Praktische hulp adviseren, regelen of geven (bijv. van vrienden, familie, collega’s, maatjes of personeel) voor de vertoning van het gedrag. NB. Als het gaat om emotionele steun, geef dan code 3.3, Sociale steun (emotioneel); als het gaat om algemene of non-specifieke steun, geef dan code 3.1, Sociale steun (non-specifiek). Als het alleen gaat om aanpassing van de fysieke omgeving of het toevoegen van voorwerpen aan de omgeving, geef dan code 12.1 of 12.5. Een groepssessie bijwonen of een ‘follow-up’ noemen hoeft nog geen toepassing van deze BCT te zijn; de steun moet expliciet worden genoemd. | Bespreek om een huisgenoot de stofzuiger klaar te zetten als huishoudelijke taken worden gedaan. Bespreek om op het werk een collega te vragen bij het tillen van zwaarder materiaal. Vraag de partner van de patiënt om zijn/haar pilletje op het ontbijtbord te leggen zodat de patiënt dat niet vergeet te nemen. |
| Sociale steun (emotioneel) | Emotionele sociale steun adviseren, regelen of geven (bijv. van vrienden, familie, collega’s, maatjes of personeel) voor de vertoning van het gedrag. NB. Als het om praktische steun gaat, geef dan code 3.2; als de steun niet nader is omschreven, geef dan code 3.1. | Bespreek de mogelijkheid om de partner te betrekken tijdens de verbouwing die kan stimuleren meer te pauzeren en rustiger en minder lang te werken. Vraag de patiënt om zijn/haar partner of een vriend(in) mee te nemen naar de afspraak voor een coloscopie. |
| Instructies over de uitvoering van het gedrag | Over de uitvoering van het gedrag adviseren of een akkoord bereiken (waaronder Vaardigheden trainen). NB. Als de persoon lessen bijwoont (bijv. gym- of kooklessen), geef dan code 4.1, 8.1, Het gedrag oefenen/herhalen en 6.1, Demonstratie van het gedrag. | Laat de persoon met behulp van de spiegel en aanwijzingen zien en voelen hoe je op een andere manier kan tillen. Laat de patiënt d.m.v. ontspanningsoefeningen voelen hoe ontspanning wordt ervaren en aan welke signalen je ontspanning kan herkennen. De persoon met een modelpenis aanwijzen hoe je op de juiste manier een condoom omdoet. |
| Informatie over de antecedenten | Informatie geven over de antecedenten (bijv. situaties uit de sociale en fysieke omgeving en gebeurtenissen, emoties en cognities) die de vertoning van het gedrag betrouwbaar voorspellen. | Bespreek wat de invloed van emoties is op het lichaam, manier van uitvoeren van activiteiten en de klacht. Bespreek wat de situatie op het werk betekent voor de voor de persoon en de mogelijk ervaren spanning. Adviseer de persoon om een lijst bij te houden van de tussendoortjes die hij/zij eet en van de situaties of gebeurtenissen die zich voordoen voor het eten van een tussendoortje. |
| Reattributie | Ontlok waargenomen oorzaken van gedrag en geef alternatieve verklaringen (bijv. intern of extern of stabiel of instabiel). | Bespreek mogelijke andere oorzaken als de persoon zijn blijvend inactieve gedrag toeschrijft aan gebrek aan discipline; zoals het niet bewust waarnemen van lichamelijke en mentale signalen. Als de persoon zijn of haar gedrag om veel te eten toeschrijft aan de frequentie aanwezigheid van lekker eten, geef dan aan dat de ‘echte’ oorzaak van het gedrag zou kunnen zijn dat de persoon signalen uit het lichaam die honger of verzadiging aangeven niet opmerkt. |
| Gedragsexperimenten | Adviezen geven over hoe je hypothesen kunt opstellen en toetsen over het gedrag en de oorzaken en gevolgen ervan door data te verzamelen en te interpreteren. | Vraag een huisarts om evidence-based advies te geven in plaats van antibiotica voor te schrijven en te noteren of de patiënten dankbaar of geïrriteerd zijn. |
| Informatie over de gevolgen voor de gezondheid | Informatie geven (bijv. schriftelijke, mondelinge, visuele) over de gevolgen voor de gezondheid die de vertoning van het gedrag heeft. NB. Gevolgen kunnen voor alle doelgroepen zijn; niet voldoende is alleen het belang van de gevolgen benadrukken. Als het gaat om emotionele gevolgen, geef code 5.6; als het gaat om sociale gevolgen of niet nader omschreven gevolgen, geef code 5.3. | Bespreek met behulp van bijvoorbeeld een skelet dat een andere manier van tillen een gunstigere belasting heeft voor de wervelkolom. Leg uit dat het niet afmaken van een antibioticumkuur de vatbaarheid voor toekomstige infecties kan vergroten. Maak duidelijk wat de kans is op het oplopen van een seksueel overdraagbare ziekte na onbeschermde seks. |
| De gevolgen benadrukken | Methoden gebruiken die speciaal zijn ontworpen om de gevolgen van het gedrag te benadrukken om ze zo meer tastbaar te maken (gaat verder dan informatie geven over de gevolgen). NB. Als het gaat om informatie geven over de gevolgen, gebruik 5.1, 5.6 of 5.3. | Maak sigarettenpakjes met afbeeldingen erop over de gevolgen voor de gezondheid, bijv. aangetaste longen, om de gevaren te belichten van doorgaan met roken. |
| Informatie over de gevolgen voor de (sociale) omgeving | Informatie geven over de gevolgen voor de (sociale) omgeving die de vertoning van het gedrag heeft. NB. Als het gaat om gevolgen voor de gezondheid, geef code 5.1; als het gaat om emotionele gevolgen, geef code 5.6; indien niet nader omschreven, gebruik 5.3. | Bespreek dat familieleden liever willen dat de persoon de verbouwing tot het eind kan volhouden dan dat de verbouwing snel af is. Geef huisartsen informatie over een financiële beloning voor het uitvoeren van een gezondheidsscreening. Laat een roker weten dat de meerderheid van de bevolking roken in de openbare ruimte afkeurt. |
| De emotionele gevolgen monitoren | Het beoordelen van de gevoelens stimuleren na pogingen om het gedrag te vertonen. | Bespreek hoe het voelt om ruimte vrij te maken voor zichzelf en iets ‘leuks’ te doen en wat dit betekent voor het functioneren. Spreek met de persoon af dat hij/zij noteert hoe hij/zij zich voelt na de dagelijkse wandeling. |
| Geanticipeerde spijt | Mensen ervan bewust maken dat ze in de toekomst spijt kunnen krijgen van het vertonen van het ongewenste gedrag. NB. Dit is niet 5.6, Informatie over de emotionele gevolgen; als een nieuw perspectief wordt aangenomen om cognities te veranderen, geef dan ook code 13.2, Framen/reframen. | Vraag de persoon te schatten hoeveel spijt hij/zij zal krijgen als hij/zij niet stopt met roken. |
| Informatie over de emotionele gevolgen | Informatie geven (bijv. schriftelijke, mondelinge, visuele) over de emotionele gevolgen die de vertoning van het gedrag heeft. NB. De gevolgen kunnen betrekking hebben op emotionele gezondheidsproblemen (bijv. depressie, onrust) of geestelijke toestanden (bijv. sombere stemming, stress); hieronder valt niet 5.5, Verwachte spijt; de gevolgen kunnen voor alle doelgroepen zijn; als het gaat om informatie over de gezondheidsgevolgen, geef code 5.1; als het gaat om (sociale) omgeving of niet nader omschreven gevolgen, geef code 5.3. | Bespreek dat ‘nee’ zeggen en keuzes maken leidt tot meer aan jezelf toe komen en dingen doen die energie geven. En bespreek wat dit betekent voor het functioneren. Leg uit dat stoppen met roken leidt tot meer levensgeluk en voldoening in het leven. |
| Demonstratie van het gedrag | Een observeerbaar voorbeeld geven van de uitvoering van het gedrag, direct en persoonlijk of indirect via bijvoorbeeld film, afbeeldingen, waarnaar de persoon kan streven of dat de persoon kan navolgen (hieronder valt Modeling). NB. Als oefenen wordt aanbevolen, geef dan ook code 8.1, Gedrag oefenen/herhalen; als er ook instructies worden gegeven, geef dan ook code 4.1, Instructies over de uitvoering van het gedrag. | Laat zien op welke andere manier je in en uit een auto kan stappen. Demonstreer met een rollenspel aan verpleegkundigen hoe zij het onderwerp overmatig drinken kunnen aansnijden bij de patiënt. |
| Met anderen vergelijken | De aandacht vestigen op de prestaties van anderen waardoor er vergelijking mogelijk is met de eigen prestaties van de persoon. NB. In een groepssetting zitten betekent nog niet dat iemand zich daadwerkelijk met anderen vergelijkt. | Laat de arts zien hoe groot het percentage patiënten is dat door andere artsen antibiotica heeft voorgeschreven gekregen en vergelijk dat met de eigen cijfers. |
| Informatie over de goedkeuring van anderen | Informatie geven over wat andere mensen van het gedrag vinden. De informatie maakt duidelijk of andere mensen fijn vinden wat de persoon doet of gaat doen en of dat ze dat goedkeuren of afkeuren. | Bespreek wat de werkomgeving vindt als de persoon even wegloopt om tot jezelf te komen. Zeg tegen de verpleegkundigen van de ziekenhuisafdeling dat alle andere afdelingen het ermee eens zijn dat ze hun handen moeten wassen volgens de richtlijnen. |
| Prompts/cues | Een stimulus in de (sociale) omgeving introduceren of beschrijven om zo het gedrag op te roepen. De prompt of cue duikt normaliter op op de tijd waarop of de plaats waar het gedrag wordt uitgevoerd. NB. Als een stimulus wordt gekoppeld aan een specifieke handeling in een als-danplan met minstens één factor (frequentie, duur of intensiteit), geef dan ook code 1.4, Actie plannen. | Samen afspreken om steeds bij het koffie drinken, zowel thuis als op het werk, bewust te ontspannen. Plak een sticker op de badkamerspiegel die mensen eraan herinnert dat ze hun tanden moeten poetsen. |
| Signaal dat op een beloning wijst | Een stimulus uit de omgeving vaststellen die betrouwbaar voorspelt dat er een beloning op het gedrag volgt (waaronder Onderscheidend signaal). | Adviseer dat tandartsen een honorarium krijgen voor een bepaalde basiszorgbehandeling van kinderen van 6 tot 8 jaar, maar niet ouders, om te stimuleren dat ze die behandeling leveren. |
| Prompts/cues verminderen | Geleidelijk de prompts intrekken om het gedrag uit te voeren (waaronder Geleidelijk doen verdwijnen). | Verminder geleidelijk het aantal geheugensteuntjes dat wordt gebruikt om de medicatie te nemen. |
| De toegang tot de beloning ontzeggen | Adviseren of regelen dat de persoon niet meer in situaties belandt waarin ongewenst gedrag kan worden beloond om zo het gedrag te verminderen (waaronder Time-out). | Regel dat een kast met calorierijke tussendoortjes een bepaalde periode wordt vergrendeld om het eten van suikerrijke tussendoortjes te verminderen. |
| De stimulus die aversie oproept wegnemen | Adviseren of regelen dat de stimulus die aversie oproept wordt weggenomen om gedragsverandering makkelijker te maken (waaronder Escape learning). | Regel dat een sportmaatje ophoudt met zeuren dat de persoon meer aan lichaamsbeweging moet doen, zodat de persoon meer aan het gewenste bewegingsgedrag gaat doen. |
| Verzadiging | Adviseren of regelen dat de persoon herhaaldelijk wordt blootgesteld aan een stimulus waardoor de hang naar het ongewenste gedrag vermindert of uitdooft. | Regel dat de persoon grote hoeveelheden chocolade gaat eten, zodat hij/zij zo minder zin krijgt in zoetigheid. |
| Blootstelling | Een systematische confrontatie leveren met een gevreesde stimulus om zo bij een latere ontmoeting de reactie minder heftig te doen zijn. | Maak een afspraak over een aantal keren dat degene die bang is voor een chirurgische ingreep alvast het ziekenhuis bezoekt waar hij/zij op de wachtlijst staat voor een operatie. |
| Associatief leren | Een neutrale stimulus bieden samen met een stimulus die het gedrag reeds herhaaldelijk oproept tot de neutrale stimulus dat gedrag oproept (waaronder klassieke/pavloviaanse conditionering). NB. Als een BCT vergezeld gaat van beloning of straf, geef een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Bij het aanleren van ontspanning dezelfde muziek aanbieden terwijl de patiënt daadwerkelijk ontspant. Presenteer herhaaldelijk vet voedsel met een saus die niet lekker wordt gevonden om het eten van vet voedsel te ontmoedigen. |
| Gedrag oefenen/herhalen | Eén of meerdere keren stimuleren dat de uitvoering van het gedrag in een context of op een moment wordt geoefend of herhaald, op momenten dat de uitvoering niet noodzakelijk is, om er een gewoonte en vaardigheid van te maken. NB. Als het doel is om de uitvoering te associëren met de context, geef dan ook code 8.3, Gewoonten vormen. | Oefen en laat voelen hoe je zittend kan ontspannen waarbij een lage ademhaling en rust wordt ervaren. Stimuleer astmapatiënten te oefenen met het meten van hun piekstroom in de spreekkamer van de verpleegkundige. |
| Vervangend gedrag | Stimuleren dat het ongewenste gedrag wordt vervangen door een gewenste of neutrale vorm van gedrag. NB. Als dit regelmatig gebeurt, geef dan ook code 8.4, Gewoonten afleren. | Bespreek om bij oplopende spanningen even uit de omgeving weg te lopen en tot zichzelf te komen in plaats van agressief te reageren. Stel voor dat de persoon een wandeling gaat maken in plaats van op de bank te hangen om televisie te kijken. |
| Gewoonten vormen | Stimuleren dat het gedrag in dezelfde context herhaaldelijk wordt geoefend en herhaald, zodat de context het gedrag oproept. NB. Geef ook code 8.1, Gedrag oefenen/herhalen. | Spreek samen af dat steeds bij het koken de schouders ontspannen en laag gehouden worden en zoveel mogelijk de bewegingen met de armen gemaakt worden i.p.v. de schouders. Stimuleer patiënten om hun statinepilletje ’s avonds voor het tandenpoetsen te nemen. |
| Gewoonten afleren | Stimuleren dat alternatief gedrag wordt geoefend en herhaald om ongewenst gewoontegedrag te vervangen. NB. Geef ook code 8.2, Vervangend gedrag. | Bespreek met de persoon om steeds tijdens lunchtijd de hond uit te laten en niet door te werken en te eten achter het bureau. Vraag de persoon op het werk de trap te nemen op de plek waar hij of zij normaal altijd de lift pakt. |
| Overcorrectie | Vragen om het gewenste gedrag op een overdreven manier te herhalen na vertoning van het ongewenste gedrag. | Vraag de persoon om alleen groente en fruit te eten de dag nadat hij/zij ongezond heeft gegeten. |
| Het doelgedrag generaliseren | Aanraden om het gewenste gedrag, dat reeds in een specifieke situatie wordt uitgevoerd, in een andere situatie uit te voeren. | Spreek met de persoon af om voortaan ook tijdens het werken achter de laptop te beginnen met de schouders te ontspannen en laag op de rug te houden. Raad de persoon aan om thuis spierversterkende oefeningen te herhalen die hij/zij op de sportschool heeft geleerd. |
| Taken van oplopend niveau | Makkelijk uitvoerbare taken voorstellen en ze steeds moeilijker, maar toch haalbaar maken, tot het gedrag wordt uitgevoerd. | Leer de persoon om liggend op de rug ontspannen te ademen en bouw dit verder uit naar andere houdingen, bewegingen en activiteiten zoals thuis en op het werk. Vraag de persoon om de eerste week 400 meter per dag te lopen, vervolgens 800 meter per dag wanneer ze met succes de 400 meter hebben gehaald, vervolgens 3 kilometer per dag wanneer ze met succes 1,5 kilometer per dag hebben gehaald. |
| Geloofwaardige bron | Een verbale of visuele boodschap presenteren van een geloofwaardige bron die vóór of tegen het gedrag is. NB. Deze BCT codeert de bron als geloofwaardig wordt beschouwd, bijv. zorgprofessionals, beroemdheden of woorden die worden gebruikt om te zeggen dat iemand deskundig of toonaangevend is op een vakgebied; als de boodschap gericht is op overreden/overtuigen; als het gaat om informatie over de gevolgen voor de gezondheid, geef dan ook code 5.1; als het gaat om emotionele gevolgen, geef dan ook code 5.6; als het gaat om gevolgen voor de (sociale) omgeving of niet nader omschreven gevolgen, geef dan ook code 5.3. | Een toespraak laten zien van een vooraanstaand deskundige om te onderstrepen hoe belangrijk het is dat patiënten niet worden blootgesteld aan onnodige ioniserende straling door bij rugpijn röntgenfoto’s te laten maken. |
| Voors en tegens | De persoon aanraden om redenen te noemen om het gedrag wel (voors) en niet (tegens) te willen veranderen en die te vergelijken (waaronder de Decisional balance-methode). NB. Als er informatie wordt gegeven over de gevolgen voor de gezondheid, geef dan ook code 5.1; als er informatie wordt gegeven over emotionele gevolgen, geef dan ook code 5.6; als er informatie wordt gegeven over de gevolgen voor de (sociale) omgeving of niet nader omschreven gevolgen, geef dan ook code 5.3. | Pas motivational interviewing toe bijvoorbeeld bij een persoon met twijfel over het zoeken naar een meer geschikte baan. Raad de persoon aan om een lijstje te maken van de voor- en nadelen van het voorschrijven van antibiotica bij keel- en neusinfecties en de voor- en nadelen ervan tegen elkaar af te wegen. |
| Toekomstige uitkomsten voorstellen en vergelijken | Stimuleren of aanraden dat de toekomstige uitkomsten van veranderd of onveranderd gedrag worden voorgesteld en vergeleken. | Stimuleer de persoon om zich waarschijnlijke of mogelijke uitkomsten voor te stellen en te vergelijken van het deelnemen of niet deelnemen aan een afspraak voor een bevolkingsonderzoek. |
| Materiële prikkel (gedrag) | Laten weten dat geld, waardebonnen of andere waardevolle zaken geleverd zullen worden wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Als het om een sociale prikkel gaat, geef dan code 10.5, Sociale prikkel; indien niet nader omschreven, geef dan code 10.6, Non-specifieke prikkel, en niet 10.1; als de prikkel over de uitkomst gaat, geef dan code 10.8, Prikkel (uitkomst). Als er een beloning is gegeven, geef dan ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Laat een zwangere vrouw weten dat ze geld krijgt uitbetaald voor elke maand van de zwangerschap die ze niet heeft gerookt. |
| Materiële beloning (gedrag) | Regelen dat geld, waardebonnen of andere waardevolle zaken worden geleverd wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Als het een sociale beloning betreft, geef dan code 10.4, Sociale beloning; als het een niet-specifieke beloning betreft, geef dan code 10.3, Non-specifieke beloning en niet 10.2; als het een beloning voor de uitkomst betreft, geef dan code 10.10, Beloning (uitkomst). Als vooraf informatie is gegeven over de beloning, geef dan ook een van de volgende codes: 10.1, Materiële prikkel (gedrag); 10.5, Sociale prikkel; 10.6, Non-specifieke prikkel; 10.7, Zelfprikkel; 10.8, Prikkel (uitkomst). | Regel dat de roker het geld krijgt dat hij/zij aan sigaretten zou hebben uitgegeven wanneer en slechts wanneer hij/zij een maand lang niet heeft gerookt. |
| Non-specifieke beloning | De levering van een beloning regelen wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Als het een materiële beloning betreft, geef dan code 10.2, Materiële beloning (gedrag); als het een sociale beloning betreft, geef dan code 10.4, Sociale beloning en niet 10.3; als de beloning een uitkomst betreft, geef dan code 10.10, Beloning (uitkomst). Als vooraf informatie is gegeven over de beloning, geef dan ook een van de volgende codes: 10.1, Materiële prikkel (gedrag); 10.5, Sociale prikkel; 10.6, Non-specifieke prikkel; 10.7, Zelfprikkel; 10.8, Prikkel (uitkomst). | Zoek iets uit (bijv. een activiteit als naar de film gaan) wat de persoon leuk vindt en regel dat dit wordt geleverd wanneer en slechts wanneer hij/zij aan het bevolkingsonderzoek deelneemt. |
| Sociale beloning | Een verbale of non-verbale beloning regelen wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Als het een materiële beloning betreft, geef dan code 10.2; indien niet nader omschreven, geef dan code 10.3 en niet 10.4; als het een beloning voor de uitkomst betreft, geef dan code 10.10. Als vooraf informatie is gegeven over de beloning, geef dan ook een van de volgende codes: 10.1; 10.5; 10.6; 10.7; 10.8. | Feliciteer de persoon voor elke dag dat hij/zij minder vet eet. |
| Sociale prikkel | Laten weten dat er een verbale of non-verbale beloning wordt geleverd wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Als het een materiële prikkel betreft, geef dan code 10.1; indien niet nader omschreven, geef dan code 10.6 en niet 10.5; als de prikkel de uitkomst betreft, geef dan code 10.8. Als de beloning is geleverd, geef dan ook een van de volgende codes: 10.2; 10.3; 10.4; 10.9; 10.10. | Laat de persoon weten dat hij/zij gefeliciteerd wordt voor elke dag dat hij/zij minder vet eet. |
| Non-specifieke prikkel | Laten weten dat er een beloning wordt geleverd wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Als het een materiële prikkel betreft, geef dan code 10.1; als het een sociale prikkel betreft, geef dan code 10.5 en niet 10.6; als de prikkel de uitkomst betreft, geef dan code 10.8. Als de beloning is geleverd, geef dan ook een van de volgende codes: 10.2; 10.3; 10.4; 10.9; 10.10. | Zoek een activiteit die de persoon leuk vindt en laat hem/haar weten dat dit zal plaatsvinden wanneer hij/zij aan het bevolkingsonderzoek deelneemt. |
| Zelfprikkel | Plannen om zichzelf in de toekomst een beloning te geven wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag. NB. Als het een materiële zelfbeloning betreft, geef dan ook code 10.1; als het een sociale beloning betreft, geef dan code 10.5; indien niet nader omschreven, geef dan code 10.6; als de prikkel de uitkomst betreft, geef dan code 10.8. Als de beloning is geleverd, geef dan ook een van de volgende codes: 10.2; 10.3; 10.4; 10.9; 10.10. | Stimuleer de persoon om zichzelf een materiële beloning te geven (bijv. nieuwe kleding) of andere dingen die hij/zij leuk vindt wanneer en slechts wanneer hij/zij zich aan een gezond eetpatroon heeft gehouden. |
| Prikkel (uitkomst) | Laten weten dat een beloning zal worden geleverd wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij het bereiken van de gedragsuitkomst (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Hieronder vallen sociale, materiële, zelfprikkels en non-specifieke prikkels wat de uitkomst betreft; als de prikkel het gedrag betreft, geef dan code 10.5, Sociale prikkel, 10.1, Materiële prikkel (gedrag), 10.6, Non-specifieke prikkel of 10.7, Zelfprikkel en niet 10.8, Prikkel (uitkomst). Als de beloning is geleverd, geef dan ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Laat de persoon weten dat hij/zij geld krijgt wanneer en slechts wanneer hij/zij een bepaald aantal kilo’s is afgevallen. |
| Zelfbeloning | Stimuleren dat mensen zichzelf prijzen of belonen wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van het gedrag. NB. Als het een materiële zelfbeloning betreft, geef dan ook code 10.2, Materiële beloning (gedrag); als het een sociale zelfbeloning betreft, geef dan ook code 10.4, Sociale beloning; indien niet nader omschreven, geef dan ook code 10.3, Non-specifieke beloning; als de beloning de uitkomst betreft, geef dan code 10.10, Beloning (uitkomst). Als vooraf informatie is gegeven over de beloning, geef dan ook een van de volgende codes: 10.1, Materiële prikkel (gedrag); 10.5, Sociale prikkel; 10.6, Non-specifieke prikkel; 10.7, Zelfprikkel; 10.8, Prikkel (uitkomst). | Stimuleer de persoon om zichzelf te belonen met materiële zaken (bijv. nieuwe kleding) of andere dingen die hij/zij leuk vindt wanneer en slechts wanneer hij/zij zich aan een gezond eetpatroon heeft gehouden. |
| Beloning (uitkomst) | Regelen dat er een beloning wordt geleverd wanneer en slechts wanneer er pogingen zijn gedaan en/of vooruitgang is geboekt om de gedragsuitkomst te behalen (waaronder Positieve bekrachtiging). NB. Hieronder vallen een sociale, materiële, zelf- en non-specifieke beloning voor de uitkomst; als het om een beloning voor het gedrag gaat, geef dan code 10.4, 10.2, 10.3 of 10.9 en niet 10.10, Beloning (uitkomst). Als vooraf informatie is gegeven over de beloning, geef dan ook een van de volgende codes: 10.1, 10.5, 10.6, 10.7, 10.8. | Regel dat de persoon geld krijgt wanneer en slechts wanneer hij/zij een bepaald aantal kilo’s is afgevallen. |
| Toekomstige straf | Laten weten dat een straf of het intrekken van de beloning in de toekomst het gevolg zal zijn van het vertonen van het ongewenste gedrag (angst opwekken kan hieronder vallen) (waaronder Dreiging). | Zeg tegen de persoon dat als hij/zij 30 eenheden alcohol per dag blijft drinken, hij/zij waarschijnlijk zijn/haar baan zal kwijtraken. |
| Farmacologische steun | Geneesmiddelen verstrekken of het (blijven) gebruiken ervan stimuleren om gedragsverandering te vergemakkelijken. NB. Als de farmacologische steun bedoeld is om negatieve emoties te verminderen (bijv. onrust), geef dan ook code 11.2, Negatieve emoties verminderen. | Stel de patiënt voor om aan zijn/haar huisarts te vragen om nicotinevervangende middelen om zo makkelijker te kunnen stoppen met roken. |
| Negatieve emoties verminderen | Adviezen geven over manieren om negatieve emoties te verminderen om het gedrag zo gemakkelijker uit te voeren (waaronder Stressmanagement). NB. Als het gedragsprobleem analyseren hier ook onder valt, geef dan ook code 1.2, Problemen oplossen. | Laat de persoon met bewegingsangst op een veilige manier (bijv. via handgrepen, onbelast, samen bewegen) ervaren dat bewegingen mogelijk zijn. En gebruik kleine stapjes om de bewegingen uit te breiden. Geef advies over het inzetten van vaardigheden om met stress om te gaan, zodat de persoon bijvoorbeeld minder zenuwachtig is om de bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten bij te wonen. |
| Mentale krachten sparen | Adviezen geven over manieren om de mentale krachten minder te belasten om gedragsverandering makkelijker te maken. | Adviseer de persoon om informatie bij zich te hebben met het aantal calorieën dat voedsel bevat om zo het geheugen minder te belasten bij het maken van voedselkeuzes. |
| Paradoxale instructies | Adviseren om een vorm van het ongewenste gedrag te vertonen om zo de motivatie te verminderen om dat gedrag uit te voeren. | Adviseer een roker om twee keer zoveel sigaretten per dag te roken als hij/zij gewend is. Zeg tegen de persoon dat hij/zij zo lang mogelijk wakker moet blijven om slapeloosheid tegen te gaan. |
| De fysieke omgeving aanpassen | De fysieke omgeving veranderen of adviseren te veranderen om de vertoning van het gewenste gedrag makkelijker te maken of om belemmeringen op te werpen voor het ongewenste gedrag (anders dan geheugensteuntjes, beloningen en straffen). NB. Het kan hierbij ook gaan om 12.3, Cues die het gedrag ontlokken verminderen of vermijden; als het ook een aanpassing van de sociale omgeving betreft, geef dan code 12.2, De sociale omgeving aanpassen; als het alleen gaat om voorwerpen aan de omgeving toevoegen, geef dan code 12.5, Voorwerpen aan de omgeving toevoegen. | Bespreek en adviseer de persoon om te werken met statafels ter afwisseling van het langdurig zitten. Bespreek en adviseer de keuken anders in te richten zodat minder vaak voorover gebogen hoeft te worden. Adviseer om koekjes en tussendoortjes in een kast te bewaren waar je moeilijk bij kunt komen. Regel dat snoepautomaten op scholen worden weggehaald. |
| De sociale omgeving aanpassen | De sociale omgeving veranderen of adviseren te veranderen om de vertoning van het gewenste gedrag makkelijker te maken of om belemmeringen op te werpen voor het ongewenste gedrag (anders dan prompts/cues, beloningen en straffen). NB. Het kan hierbij ook gaan om 12.3, Cues die het gedrag ontlokken verminderen of vermijden; als het ook een aanpassing van de fysieke omgeving betreft, geef dan code 12.1, De fysieke omgeving aanpassen. | Bespreek en adviseer de persoon om met mensen in de directe omgeving te bespreken dat bewegen niet tot toename van de klachten gaat leiden maar dat het juist kan helpen. En vervolgens te vragen om de persoon te stimuleren in bewegen en niet af te remmen. Adviseer om zo min mogelijk tijd door te brengen met vrienden die stevig drinken om de alcoholconsumptie te verminderen. |
| Cues die het gedrag ontlokken verminderen of vermijden | Advies geven over hoe je blootstelling aan specifieke sociale en contextuele/fysieke cues voor het gedrag vermijdt, waaronder ook het veranderen van dag- of weekroutines. NB. Het kan hierbij ook gaan om 12.1, De fysieke omgeving aanpassen en/of 12.2, De sociale omgeving aanpassen; als het analyseren van het gedragsprobleem ook tot de BCT behoort, geef dan alleen code 1.2, Problemen oplossen. | Zeg tegen iemand die wil stoppen met roken dat hij/zij zijn/haar sociale leven moet richten op andere activiteiten dan uitgaan, dat wordt geassocieerd met roken. |
| Afleiding | Adviseren of regelen dat de aandacht op iets wordt gericht om zo triggers voor het ongewenste gedrag te vermijden. | Zeg tegen iemand die probeert niet meer tussendoor te snoepen dat hij/zij zich moet richten op een onderwerp dat hij/zij leuk vindt (bijv. vakantieplannen maken) in plaats van op eten. |
| Voorwerpen aan de omgeving toevoegen | Voorwerpen aan de omgeving toevoegen om de vertoning van het gedrag te vergemakkelijken. NB. Informatie verstrekken (bijv. schriftelijk, visueel) in een boekje of folder is onvoldoende. Als dit vergezeld gaat van sociale steun, geef dan ook code 3.2, Sociale steun (praktisch); als de omgeving ingrijpender wordt veranderd dan alleen voorwerpen toevoegen, geef dan ook code 12.1, De fysieke omgeving aanpassen. | Bespreek samen dat een instelbare bureaustoel een oplossing kan zijn om beter gesteund te werken. En hoe dit op het werk gerealiseerd kan worden. Deel gratis condooms uit om veilige seks makkelijker te maken. Deel een mooie tandenborstel uit om de techniek van het tandenpoetsen te verbeteren. |
| Lichamelijke veranderingen | De structuur of het functioneren van het lichaam rechtstreeks veranderen of steunen om gedragsverandering makkelijker te maken. | Geef ontspanningsoefeningen en maak de persoon bewust van signalen van ontspanning. Spreek samen af wanneer en waar hij dit gaat doen in zijn dagelijks leven. Stimuleer krachttraining, ontspanningsoefeningen of geef een hulpmiddel (bijv. een hoortoestel). |
| Zichzelf als rolmodel zien | Laten weten dat je eigen gedrag een voorbeeld voor anderen kan zijn. | Laat de persoon weten dat als hij/zij gezond eet, dat een goed voorbeeld is voor zijn/haar kinderen. |
| Framen / reframen | Opperen dat mensen welbewust op een bepaalde manier of nieuwe manier naar het gedrag kijken (bijv. wat het doel ervan is) om het denken of de emoties over het vertonen van het gedrag te veranderen (waaronder Cognitieve structurering); als het informatie over de gevolgen betreft, geef dan code 5.1, Informatie over de gevolgen voor de gezondheid, 5.6, Informatie over de emotionele gevolgen of 5.3, Informatie over de gevolgen voor de (sociale) omgeving in plaats van 13.2, Framen/opnieuw framen. | Bespreek met de persoon dat elke vorm van bewegen telt zoals fietsen naar het werk of de trap gebruiken als hij baalt dat hij niet is gaan sporten. Zeg tegen de persoon dat hij/zij de taak kan zien als het verminderen van zitten (in plaats van het vermeerderen van de lichaamsbeweging). |
| Strijdige overtuigingen | De aandacht vestigen op discrepanties tussen het huidige gedrag of het gedrag uit het verleden en het zelfbeeld, om zo een ongemakkelijke spanning te laten ontstaan (waaronder Cognitieve dissonantie). | Vestig de aandacht op het veelvuldig gebruik van bloedtransfusies door een arts en zijn/haar zelfbeeld van iemand die vooraanstaand is in evidence-based medisch handelen. |
| De gekozen eigen identiteit | De persoon adviseren om te schrijven over of scores op een schaal te geven op een gekozen waarde of sterke kant van zichzelf als middel om zijn/haar identiteit te bevestigen als onderdeel van een gedragsveranderingsstrategie (waaronder Zelfbevestiging). | Adviseer de persoon om iets te schrijven over zijn/haar sterke kanten voordat hij/zij een bericht krijgt waarin de gedragsverandering wordt bepleit. |
| De identiteit die met het veranderde gedrag wordt geassocieerd | De persoon adviseren om een nieuwe identiteit op te bouwen als iemand die ‘vroeger aan het ongewenste gedrag deed’. | Vraag de persoon om zijn/haar nieuwe identiteit te formuleren als die van ‘ex-roker’. |
| Gedragskosten | Regelen dat iets waardevols wordt weggenomen wanneer en slechts wanneer ongewenst gedrag wordt vertoond (waaronder Reactiekosten). NB. Als het gaat om het intrekken van een beloning die van het gedrag afhankelijk is, geef dan code 14.3, De beloning wegnemen. | Trek geld af van een vooraf betaald en restitueerbaar bedrag als de persoon een sigaret rookt. |
| Straf | Regelen dat een negatief gevolg wordt verbonden aan het vertonen van het ongewenste gedrag. | Regel dat iemand slobberige kleren moet dragen wanneer hij/zij (toch) vet voedsel heeft gegeten. |
| De beloning wegnemen | Regelen dat een gedragsafhankelijke beloning niet meer wordt gegeven als het ongewenste gedrag is vertoond (waaronder Uitdoven). | Regel dat andere mensen in het huishouden de persoon negeren telkens wanneer hij/zij chocolade eet in plaats van hem/haar aandacht te geven door kritiek te leveren of te proberen te overtuigen. |
| Vergelijkbaar gedrag belonen | Regelen dat alle benaderingen van het doelgedrag ook worden beloond, waarbij geleidelijk aan alleen dat gedrag wordt beloond dat dichter bij het gewenste gedrag ligt (waaronder Vormgeven). NB. Geef ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Regel dat een beloning wordt gegeven als de persoon minder calorieën per dag consumeert, en ga geleidelijk aan het aantal geconsumeerde calorieën per dag de geplande calorie-inname steeds dichter nadert. |
| Voltooiing belonen | Gedrag opbouwen door te regelen dat er een beloning volgt op de laatste component van het gedrag; geleidelijk de componenten van het gedrag toevoegen die eerder in de gedragsreeks zijn opgetreden (waaronder Achterwaarts koppelen). NB. Geef ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Beloon dat iemand een bezorgde calorierarme maaltijd eet; laat de beloning dan afhangen van het zelf koken en eten van die maaltijd; laat de beloning vervolgens afhangen van het kopen, koken en eten van die maaltijd. |
| Situatiespecifieke beloning | Een beloning regelen na de vertoning of uitvoering van het gedrag in de ene maar niet in de andere situatie (waaronder Leren onderscheid maken). NB. Geef ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Regel een beloning voor het eten tijdens de reguliere eetmomenten, maar niet tussen de maaltijden door. |
| Strijdig gedrag belonen | Een beloning regelen voor het reageren op een manier die niet verenigbaar is met een eerdere reactie op die situatie (waaronder Contraconditionering). NB. Geef ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Regel een beloning als de persoon in het café een glaasje fris bestelt in plaats van een alcoholisch drankje. |
| Alternatief gedrag belonen | Een beloning regelen voor het vertonen van een alternatief voor het ongewenste gedrag (waaronder Differentiële bekrachtiging). NB. Geef ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst); overweeg ook code 1.2, Problemen oplossen. | Geef een beloning voor het eten van voedsel met een laag vetgehalte, maar niet voor het eten van voedsel met een hoog vetgehalte. |
| De beloning minder vaak geven | Regelen dat een beloning afhankelijk wordt gemaakt van een verlengde duur of verhoogde frequentie van het gedrag (waaronder Uitdunnen). NB. Geef ook een van de volgende codes: 10.2, Materiële beloning (gedrag); 10.3, Non-specifieke beloning; 10.4, Sociale beloning; 10.9, Zelfbeloning; 10.10, Beloning (uitkomst). | Geef een beloning voor elke dag iemand niet rookt, vervolgens voor elke week, elke maand, elke twee maanden, enzovoort. |
| Straf wegnemen | Regelen dat een onplezierig gevolg wordt weggenomen afhankelijk van de vertoning van het gewenste gedrag (waaronder Negatieve bekrachtiging). | Regel dat iemand anders alleen oppast als de persoon een week lang trouw zijn/haar medicijnen heeft ingenomen. |
| Verbaal overtuigen dat iemand het zelf kan | Tegen de persoon zeggen dat hij/zij het gewenste gedrag met succes kan uitvoeren, twijfel aan zichzelf met argumenten bestrijden en stellig beweren dat hij/zij erin zal slagen. | Bespreek met de persoon dat je het vertrouwen hebt dat hij op het werk gaat bespreken dat hij het wat rustiger aan moet doen. Zeg tegen de persoon dat hij/zij zeer zeker aan lichaamsbeweging kan gaan doen, ondanks een recente hartaanval. |
| Succesvol gedrag in gedachten oefenen | De persoon aanraden te oefenen met zich voorstellen hoe hij/zij het gedrag met succes vertoont in de betreffende contexten. | Raad de persoon aan zich voor te stellen dat hij/zij in de kantine op het werk een salade eet en dat lekker vindt. |
| Je richten op successen uit het verleden | Adviseren om te denken aan of een lijstje te maken van eerdere succesvolle pogingen om het gedrag te vertonen (of delen ervan). | Adviseer de patiënt om te denken aan de situatie waarbij ze even weg liep, zichzelf kon herpakken en er vervolgens een prettige situatie ontstond. Adviseer de persoon om de keren te beschrijven of te tellen dat hij/zij een niet-alcoholisch drankje heeft besteld in een café. |
| Jezelf toespreken | Stimuleren dat iemand op een positieve manier tegen zichzelf praat (hardop of in stilte) voor en tijdens het gedrag. | Stimuleer de persoon tegen zichzelf te zeggen dat hij/zij energie krijgt van een wandeling. |
| Denkbeeldige straf | Adviseren zich voor te stellen dat men het ongewenste gedrag in een real-life situatie uitvoert en dat dit een onplezierig gevolg heeft (waaronder Heimelijke bewustmaking). | Adviseer de persoon zich voor te stellen dat hij/zij te veel eet en vervolgens moet overgeven. |
| Denkbeeldige beloning | Adviseren zich voor te stellen dat men het gewenste gedrag in een real-life situatie uitvoert en dat dit een plezierig gevolg heeft (waaronder Heimelijke conditionering). | Adviseer de diabetesverpleegkundige zich voor te stellen dat hij/zij dieetadviezen geeft en dat de patiënt vervolgens kilo’s afvalt en geen diabetes meer heeft. |
| Plaatsvervangende gevolgen | Stimuleren de gevolgen te observeren waaronder anderen een straf of beloning ervaren als zij het gedrag vertonen. NB. Als het gaat om het observeren en ervaren van de gevolgen voor de gezondheid, geef dan ook code 5.1, Informatie over de gevolgen voor de gezondheid; als het gaat om emotionele gevolgen, geef dan ook code 5.6, Informatie over de emotionele gevolgen; als het gaat om de gevolgen voor de (sociale) omgeving of niet nader omschreven gevolgen, geef dan ook code 5.3, Informatie over de gevolgen voor de (sociale) omgeving. | Vestig de aandacht op positieve commentaren van andere verpleegkundigen die krijgen als ze hun handen regelmatig desinfecteren. |