Eiwitkwaliteit
Factoren die eiwitkwaliteit bepalen
Tijdens de vertering worden voedingseiwitten afgebroken tot aminozuren en opgenomen in de dunne darm. Er zijn 21 aminozuren, waarbij we onderscheid maken tussen essentiële, semi-essentiële en niet essentiële aminozuren. Essentiële aminozuren worden niet door het lichaam gemaakt en moeten we consumeren. Semi-essentiële aminozuren worden door het lichaam zelf gemaakt, hoewel onder bepaalde omstandigheden niet voldoende. De niet-essentiële aminozuren kan het lichaam zelf maken.(1)
De eiwitkwaliteit wordt bepaald door de aminozuursamenstelling, de verteerbaarheid en absorptie van de aminozuren in de darm (bio-beschikbaarheid) en de vorm waarin het eiwit wordt aangeboden. Een kwalitatief goed eiwit is een eiwit dat goed wordt opgenomen in de darm én de essentiële aminozuren bevat in hoeveelheden die overeenkomen met de menselijk behoefte aan aminozuur. Deze aminozuurbehoefte kan variëren per leeftijd, fysiologische situatie en gezondheidsstatus.(1)

1. Aminozuursamenstelling
Bijna alle producten leveren eiwit, maar er zijn enorme verschillen in de hoeveelheid eiwit en de aminozuursamenstelling van dat eiwit. Een complete eiwitbron levert alle essentiële aminozuren in hoeveelheden die overeenkomen met de gemiddelde menselijk behoefte. Het merendeel van de eiwitbronnen heeft een of meer limiterende essentiële aminozuren. Limiterend betekent dat het aminozuur niet in de bron voorkomt of in een lagere hoeveelheid dan de menselijke behoefte aan dat aminozuur.
Behoefte essentiele aminozuren per dag (bron)
| Essentieel aminozuur | Behoefte (mg / gram eiwit) |
| Histidine | 15 |
| Isoleucine | 30 |
| Leucine | 59 |
| Lysine | 45 |
| Methionine + Cysteine | 22 |
| Phenylalanine en Tyrosine | 38 |
| Threonine | 23 |
| Tryptofaan | 6 |
| Valine | 39 |
2. Biologische beschikbaarheid
Biologische beschikbaarheid is naast de aminozuursamenstelling een belangrijke variabele voor eiwitkwaliteit. De biologische beschikbaarheid omvat drie eigenschappen die van invloed zijn op de hoeveelheid aminozuur die door het lichaam kan worden gebruikt:
- Verteerbaarheid: de netto-opname van een aminozuur
- Chemische integriteit: het aandeel van het aminozuur dat, indien opgenomen in de darm, ook in bruikbare vorm beschikbaar is
- Mate van interactie in het metabolisme met andere stoffen die de opname van aminozuren kunnen beperken.
Van deze variabelen blijkt verteerbaarheid de grootste variatie te geven tussen eiwitbronnen. De bepaling van deze verteerbaarheid is moeilijk. Het is niet een kwestie van simpelweg de hoeveelheid eiwit bepalen die we met de ontlasting uitscheiden. De hoeveelheid eiwit in de ontlasting is namelijk niet gelijk aan de absorptie uit voeding door de invloed van microbiota en de grote hoeveelheid endogeen eiwit. Endogeen eiwit (70-100 g/d) komt onder andere via verteringssappen en slijtage van darmepitheel in de darm. Bovendien metaboliseren de bacteriën in het colon voor een groot deel de aminozuren die niet worden opgenomen in de darm. Daardoor wordt de verteerbaarheid van het eiwit uit de ontlasting vaak overschat. Om deze redenen lijkt het meten van de absorptie van aminozuren in het ileum de meest betrouwbare meetmethode voor verteerbaarheid. Dit is echter voor veel eiwitbronnen nog niet beschikbaar.(2)

3. Vorm
Eiwitsupplementen kunnen in verschillende vormen worden gebruikt.
Concentraat: door een eiwit te drogen en eventueel te zuiveren, ontstaat een concentraat. Dit bevat 30-80% eiwit en is de goedkoopste vorm van een eiwitsupplement.
Isolaat: dit is een stap verder gefilterd en geconcentreerd dan een concentraat. De andere stoffen (vetten, lactose) zijn dan zoveel mogelijk verwijderd. Het eiwitgehalte ligt rond de 90%.
Hydrolisaat: bij hydroliseren wordt het eiwit gesplitst in losse aminozuren, door verandering van de zuurtegraad en/of toevoeging van enzymen. Daardoor kan het hydrolisaat snel worden opgenomen in de darm.
4. Snelheid van opname, portiegrootte en timing
Onder andere een hoge aminozuurconcentratie en beweging stimuleren de spiereiwitsynthese. Om die synthese verder te optimaliseren, is de opnamesnelheid van een eiwit van belang. Een ‘snel’ eiwit kan een hogere aminozuurconcentratie in het bloed genereren. Het lichaam neemt wei-eiwit bijvoorbeeld sneller op dan caseïne. Wei-eiwit zal de spiereiwitsynthese dan ook meer stimuleren dan een zelfde hoeveelheid caseïne.
Men maakt bij voorkeur gebruik van porties eiwit van ongeveer 20-40 gram, gelijkmatig verdeeld over de dag en met name rondom een fysieke training. (3) Daarnaast lijkt inname van een portie eiwit voor het slapen, mogelijk in combinatie met koolhydraten, de spiereiwitsynthese in de nacht te verhogen. In de nacht vervalt de meerwaarde van de snelle opname van wei-eiwit en heeft wellicht juist een geleidelijke opname van eiwit meerwaarde. Je kunt dan ook voor caseïne kiezen.(4,5)
Gemiddelde concentratie essentiele aminozuren in het bloed na het eten van caseine, caseine hydrolysaat en wei-eiwit (6).
Verschillende eiwitkwaliteitsmaten
PER en NPU
In het verleden zijn verschillende maten voor eiwitkwaliteit gebruikt, bijvoorbeeld de eiwit efficiëntie ratio (PER = Protein Efficiency Ratio) en de stikstof eiwit benutting (de NPU = Net Protein Utilization). Deze twee maten zijn bepaald in studies met groeiende dieren, vaak ratten. De PER is de gewichtstoename per gram gegeten eiwit. Hoe meer een rat in gewicht toeneemt, hoe beter het eiwit wordt benut en hoe beter de eiwitkwaliteit. De NPU zegt iets over de hoeveelheid stikstof die het lichaam vasthoudt ten opzichte van de hoeveelheid stikstof die wordt gegeten. Het idee is: als het lichaam minder stikstof verliest via ontlasting en urine, wordt het eiwit beter benut en dan is de kwaliteit dus hoger. Beide maten lijken plausibel. Ze hebben alleen een groot nadeel: ze zijn gebaseerd op studies in groeiende dieren. Deze dieren hebben relatief veel zwavelhoudende aminozuren nodig voor de haargroei in de vacht. Dat is dus niet representatief voor een mens. Daarnaast is de groei van een humaan kind (met een relatief snelle groei in het eerste levensjaar) niet vergelijkbaar met de groei van de dieren in de dierstudies. Daarom hebben deze maten voor eiwitkwaliteit weinig relevantie voor de mens.
PDCAAS
PDCAAS staat voor Protein Digestibility-Corrected Amino Acid Score. Dit is op dit moment de meest gebruikte maat voor eiwitkwaliteit. De PDCAAS wordt als volgt bepaald:


Een score van honderd procent geeft aan dat het om een complete eiwitbron gaat, waarbij alle essentiële aminozuren voldoende aanwezig zijn. Een score lager dan honderd procent betekent dat er sprake is van ten minste één limiterend essentieel aminozuur. Een score hoger dan honderd procent wordt afgerond tot honderd procent. In theorie is immers het beste wat kan gebeuren dat het gehalte van het meest limiterende aminozuur overeenkomt met de referentiebehoefte. (7) De PDCAAS van een aantal eiwitbronnen staan weergegeven in de figuur hiernaast (8).
In de praktijk bestaat de voeding niet uit één eiwitbron, maar uit een combinatie van verschillende voedingsmiddelen. De aminozuren uit deze eiwitbronnen vullen elkaar aan, waardoor de eiwitkwaliteit van het totale voedingspatroon vaak hoger is dan die van afzonderlijke producten. Dit principe van complementariteit is juist relevant bij voedingspatronen met zowel dierlijke als plantaardige eiwitten, maar geldt ook binnen volledig plantaardige voeding bij voldoende variatie.
De eiwitkwaliteit wordt traditioneel beoordeeld met de PDCAAS (Protein Digestibility-Corrected Amino Acid Score), waarin zowel de aminozuursamenstelling als de verteerbaarheid wordt meegenomen. Deze maat kent echter belangrijke beperkingen. Zo wordt de verteerbaarheid gebaseerd op stikstofuitscheiding via de ontlasting, wat geen directe afspiegeling is van de werkelijke opname van aminozuren in het lichaam. Daarnaast wordt aangenomen dat alle aminozuren even goed verteerbaar zijn, en worden scores afgekapt op maximaal 100%. Hierdoor gaan verschillen in eiwitkwaliteit verloren en ontstaat een minder nauwkeurig beeld van de werkelijke voedingswaarde. Om deze redenen wordt internationaal steeds vaker de DIAAS gebruikt als alternatief.
Binnen een gemiddeld voedingspatroon, zoals in Nederland gebruikelijk, is de eiwitkwaliteit doorgaans voldoende door de combinatie van verschillende eiwitbronnen. Ook bij een vegetarisch voedingspatroon is dit meestal het geval, mits de voeding gevarieerd is. Bij een volledig plantaardig voedingspatroon kan de eiwitkwaliteit gemiddeld lager zijn, onder andere door verschillen in aminozuursamenstelling en verteerbaarheid. In de praktijk kan dit echter goed worden opgevangen door voldoende totale eiwitinname en variatie in eiwitbronnen.
In het verleden werd geadviseerd om bij vegetarische en veganistische voeding een hogere eiwitinname aan te houden om een mogelijk lagere eiwitkwaliteit te compenseren. Op basis van recente inzichten concludeert de commissie Voeding van de Gezondheidsraad (2023) dat een dergelijke opslag voor vegetariërs niet meer nodig is. Voor veganisten is de beschikbare evidentie nog beperkt en wordt aanvullend onderzoek aanbevolen, waardoor extra aandacht voor eiwitinname en variatie vooralsnog relevant blijft.
De Digestibility Indispensable Amino Acid Score (DIAAS) heeft in theorie de voorkeur boven de PDCAAS. Bij het gebruik van de DIAAS wordt namelijk rekening gehouden met de verteerbaarheid van aminozuren in het laatste deel van de dunne darm (terminale ileum). Dit geeft een nauwkeurige maat voor de absorptie van elk essentieel aminozuur apart. In tegenstelling tot de PDCAAS kan de DIAAS ook hoger zijn dan honderd procent.
DIAAS wordt als volgt berekend: Voor elk essentieel aminozuur wordt de verteerbaarheid in het ileum in mg/g eiwit bepaald en wordt er voor elk essentieel aminozuur de ratio als hiernaast weergegeven. De laagste ratio wordt vermenigvuldigd met 100%.
DIAAS


Bovenstaande figuur geeft de DIAAS van verschillende eiwitbronnen (11). Er is nog (te) weinig bekend over de vertering van de individuele aminozuren in het terminale ileum bij mensen. Daardoor is de DIAAS in praktijk nog niet goed bruikbaar. PDCAAS als de DIAAS zijn klassieke maten voor het bepalen van de eiwitkwaliteit. Momenteel wordt er in de Nederlandse aanbeveling de PDCAAS gebruikt. Zodra er meer bekend is over de vertering van individuele essentiële aminozuren bij mensen in verschillende omstandigheden, zal de DIAAS meer gebruikt worden en is er meer advies op maat mogelijk.
Hoe kan je de eiwitkwaliteit berekenen?
Maak de optimale eiwitcombinaties met AminoFit
Om de optimale combinaties te kunnen maken van verschillende eiwitbronnen, rekening houdend met de verteerbaarheid, hebben we AminoFit ontwikkeld.
Met deze tool kun je voor elke maaltijd de juiste eiwitcombinaties vinden, zodat je voldoende eiwitten binnenkrijgt met een optimaal aminozuurprofiel.
Kies eerst welke maaltijd je wilt samenstellen: een broodmaaltijd met 20 gram eiwit, een tussendoortje met 10 gram eiwit of een warme maaltijd met 25 gram eiwit.
Voer vervolgens de producten in en zie direct het aantal gram eiwit en de hoeveelheid essentiële aminozuren. Als deze in de juiste verhouding zijn, krijg je een groene score. Is dit niet het geval, dan kun je uit de lijst van producten onderaan de tool combinaties maken om het aminozuurprofiel van de maaltijd te verbeteren.
Een globale verteerbaarheidsfactor
In maart 2023 publiceerde Samantha Heerschop van de WUR een mooie analyse: Shifting towards optimized healthy and sustainable Dutch diets: impact on protein quality in the European Journal of Nutrition.
Om de verteerbaarheid mee te nemen in de analyse heeft ze deze gerubriceerd in de NEVO productgroepen. De tabel geeft een samenvatting hiervan. De totale tabel en verantwoording is hier te lezen.
Deze verteerbaarheidsfactoren zijn ook gebruikt is de analyse van de eiwitkwaliteit van zorgmaaltijden die de WUR in 2024 uitvoerde.
| Productgroep | Verteerbaarheidsfactor |
| Aardappelen en knollen | 0,55 |
| Brood | 0,90 |
| Eieren | 0,97 |
| Fruit | 0,76 |
| Gebak en koekjes | 0,90 |
| Groenten | 0,65 |
| Kaas | 0,95 |
| Melk- en melkproducten | 0,95 |
| Noten en zaden | 0,75 |
| Peulvruchten | 0,75 |
| Gemengde gerechten, tussendoortjes of broodbeleg met dierlijke producten | 0,90 |
| Gemengde gerechten, tussendoortjes of broodbeleg op plantaardige basis | 0,65 |
| Vis | 0,90 |
| Vlees en gevogelte | 0,95 |
| Vleesvervangers en zuivelvervangers | 0,94 |
Literatuur
- Food and Agriculture Organization, United Nations, World Health Organization. Protein and amino acid requirements in human nutrition: report of a joint WHO/FAO/UNU Expert Consultation. WHO technical report series, 935. Geneva: WHO, 2007
- Report of a sub-committee of the 2011 FAO Consultation on ‘Protein Quality Evaluation in Human Nutrition’ on: The assessment of amino acid digestibility in foods for humans and including a collation of published ileal amino acid digestibility data for human foods. Rome: FAO; 2012.
- Jäger R et al. International Society of Sports Nutrition Position Stand: protein and exercise. Journal of the International Society of Sports Nutrition 2017;14:20.
- Res PT, Groen B, Pennings B et al. Protein ingestion before sleep improves postexercise overnight recovery. Med Sci Sports Exerc 2012;44(8):1560-9
- Snijders T, Res PT, Smeets JS et al. Protein ingestion before sleep increases muscle mass and strength gains during prolonged resistance-type exercise training in healthy young men. J Nutr 2015;145(6):1178-84.
- Pennings B, Boirie Y, Senden JMG et al. Whey protein stimulates postprandial muscle protein accretion more effectively than do casein and casein hydrolysate in older men. Am J Clin Nutr 2011: 93; 5, 997–1005.
- Milllward J. Amino acid scoring patterns for protein quality assessment. British Journal of Nutrition 2012;108:S31-43.
- Schaafsma G. The protein digestibility-corrected amino acid score. J Nutr 2000;130 Suppl:1865S-7S.
- Voedingsnormen: eiwitten. Den Haag: Gezondheidsraad, 2021
- Advies gezonde eiwittansitie. Den Haag, Gezondheidsraad 2023
- Mathai JK, Liu Y, Stein HH. Values for digestible indispensable amino acid scores (DIAAS) for some dairy and plant proteins may better describe protein quality than values calculated using the concept for protein digestibility-corrected amino acid scores (PDCAAS). Br J Nutr 2017;117(4):490-9.


